Nieuwe adviezen Commissie van Aanbestedingsexperts
De Commissie van Aanbestedingsexperts (Commissie) heeft 2 nieuwe adviezen gepubliceerd. De adviezen betreffen: aanbesteder heeft ten onrechte geen herstelmogelijkheid geboden, geen plicht tot overleggen (zorgvuldige) besteksraming bij intrekking aanbesteding, wezenlijke wijziging bij heraanbesteden, plafondbedragen.
Aanbesteder heeft ten onrechte geen herstelmogelijkheid geboden
Dit advies gaat over een Europese openbare aanbesteding van adviesdiensten ten behoeve van versterkingsprojecten van waterkeringen.
Aanbesteder heeft de inschrijving van ondernemer ongeldig verklaard vanwege het ontbreken van het inschrijvingsbiljet, waarop onder meer opgave moest worden gedaan van het aangeboden CO₂-ambitieniveau. Ondernemer klaagt dat zijn inschrijving niet ongeldig had mogen worden verklaard, althans dat hem een herstelmogelijkheid moest worden geboden, omdat de aanbestedingsleidraad bepaalt dat het ontbreken van (gegevens op) het inschrijvingsbiljet niet tot ongeldigheid leidt als de ontbrekende gegevens ondubbelzinnig zijn af te leiden uit andere inschrijvingsstukken.
De Commissie oordeelt dat de klacht gegrond is, omdat de ontbrekende gegevens – waaronder het aangeboden CO₂-ambitieniveau – ondubbelzinnig kunnen worden afgeleid uit het door ondernemer bij inschrijving ingediende plan van aanpak.
Advies 772: Aanbesteder heeft ten onrechte geen herstelmogelijkheid geboden
Geen plicht tot overleggen (zorgvuldige) besteksraming bij intrekking aanbesteding, wezenlijke wijziging bij heraanbesteden, plafondbedragen
De klacht betreft een Europese openbare aanbesteding voor maaionderhoud van bermen en watergangen die is opgedeeld uit 10 geografische percelen. Ondernemer schrijft in op perceel 10. Aanbesteder besluit niet aan ondernemer te gunnen en de aanbesteding in te trekken, omdat de inschrijfprijzen van ondernemer de raming voor perceel 10 met bijna 100% zouden hebben overschreden.
Ondernemer klaagt in het eerste klachtonderdeel dat aanbesteder hem de besteksraming voor perceel 10 moet verstrekken, opdat hij de zorgvuldigheid daarvan kan controleren. De Commissie acht deze klacht ongegrond. Zij is van oordeel dat, wanneer een aanbesteder besluit een aanbesteding in te trekken, deze weliswaar verplicht is de redenen voor het besluit tot intrekking aan inschrijvers mee te delen, maar dat niet van hem kan worden verlangd zijn besteksraming aan inschrijvers te overhandigen.
Klachtonderdelen 2 en 3 hebben betrekking op de heraanbesteding van de opdracht. De klacht van ondernemer dat aanbesteder de nieuwe opdracht niet wezenlijk zou hebben gewijzigd acht de Commissie gegrond. Aanbesteder stelt (1) dat hij de opdracht niet wezenlijk hoefde te wijzigen en (2) dat hij de tweede opdracht wel wezenlijk heeft gewijzigd. De Commissie gaat in op de vraag wanneer een heraanbesteding wezenlijk gewijzigd moet worden en is in deze zaak is van oordeel dat aanbesteder onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de door hem aangebrachte wijzigingen in de nieuwe opdracht kwalificeren als een wezenlijke wijziging. De klacht dat de plafondprijzen in de nieuwe opdracht disproportioneel laag zouden zijn acht de Commissie ongegrond, omdat ondernemer zijn klacht onvoldoende heeft onderbouwd.