Algemene verwijzing naar aanbestedingen onvoldoende motivering bij Woo-verzoek (week 12)
Woo-verzoek| bedrijfsvertrouwelijkheid
In deze uitspraak beoordeelt de rechter het beroep tegen een besluit van de gemeente Utrecht over een verzoek om informatie over parkeerbelasting op grond van de Wet open overheid (Woo). De gemeente stelt dat het daarbij ook gaat om bedragen die deel uit maken van aanbestedingen, waarvan de openbaarmaking de onderhandelings- of aanbestedingspositie van de gemeente kan schaden. De rechter concludeert dat de gemeente met de algemene verwijzing naar aanbestedingen en de onderhandelingspositie van de gemeente de weigeringsgronden van de Woo onvoldoende heeft gemotiveerd. (ECLI:NL:RBMNE:2026:690, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 25 februari 2026, Datum publicatie 18 maart 2026)
Feiten en omstandigheden
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 9 december 2024 van de gemeente Utrecht op het bezwaar van eiser over zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Bij dit Woo-verzoek heeft eiser gevraagd om openbaarmaking van documenten die gebruikt zijn voor de berekening van de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting over de jaren 2021, 2022 en 2023 alsmede de documenten die zijn gebruikt voor de onderbouwing van de kostenposten die bij die berekening betrokken zijn. In de rechtszaak komt ook de vertrouwelijkheid aan de orde van bedragen uit de aanbesteding. De rechter oordeelt als volgt:
Openbaarmaking bedragen kan aanbestedingspositie gemeente schaden
“De rechtbank stelt vast dat het college in de aanvullende documenten een aantal gegevens heeft gelakt onder verwijzing naar de weigeringsgronden van de artikelen 5.1, tweede lid, onder d en 5.1, tweede lid, onder e van de Woo. Uit de email van 13 november 2025 van het college die naar de gemachtigde is gestuurd, blijkt dat het daarbij gaat om bedragen die deel uit maken van aanbestedingen, waarvan de openbaarmaking de onderhandelings- of aanbestedingspositie van de gemeente kan schaden. Uit deze toelichting leidt de rechtbank af dat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en dat het college heeft bedoeld de openbaarmaking van die informatie te weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b of f van de Woo. Dit betekent dat in de documenten een onjuiste weigeringsgrond is genoemd.”
Algemene verwijzing onvoldoende motivering
“De rechtbank is van oordeel dat het college met de algemene verwijzing naar aanbestedingen en de onderhandelingspositie van de gemeente de weigeringsgronden van de artikelen 5.1, tweede lid, onder b, onder d, onder e en/of onder f van de Woo onvoldoende heeft gemotiveerd. Evenmin heeft het college gemotiveerd waarom de economische of financiële belangen van de gemeente en de belangen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder zouden moeten wegen dan het belang van openbaarmaking. Het college moet die motivering in het nieuw te nemen besluit op bezwaar alsnog geven. Zonder nadere deugdelijke motivering van het college kan de rechtbank de toepassing van de weigeringsgronden in de aanvullende documenten niet beoordelen.”
Conclusie en gevolgen
Dit alles leidt voor de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het bestreden besluit is daarom gebrekkig tot stand gekomen. Omdat de gebreken kunnen worden hersteld, ziet de rechtbank aanleiding om een tussenuitspraak te doen en het college in de gelegenheid te stellen de geconstateerde gebreken te herstellen.
VdLC publishers/consultants BV, 25 maart 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl