COA mocht deel van hotel huren voor huisvesting asielzoekers (week 7)
Aanbestedingsplicht | uitgezonderde opdrachten | Didam
Omgevingshuis heeft een deel van een Hotel te huur aangeboden aan het COA voor de huisvesting van asielzoekers. Het COA is dit deel van het hotel gaan huren via een andere partij. Omgevingshuis meent dat het COA onrechtmatig heeft gehandeld door haar aanbod zonder selectieprocedure terzijde te leggen. De rechter zegt dat op grond van artikel 2.24 Aw de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken van deze regeling is uitgesloten. Dus in die gevallen geldt niet de verplichting om een bepaalde selectieprocedure te volgen. Er is volgens de rechter ook geen sprake van een gemengde overeenkomst omdat ook catering en schoonmaak erin zijn opgenomen. Bovendien is er volgens de rechter geen ruimte voor een analoge toepassing van de Didam-jurisprudentie. (ECLI:NL:RBDHA:2026:2180, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak11 februari 2026, Datum publicatie 12 februari 2026)
Feiten en omstandigheden
Omgevingshuis heeft een deel van een hotel te huur aangeboden aan het COA voor de huisvesting van asielzoekers. Het COA is dit deel van het hotel gaan huren via een andere partij. Omgevingshuis meent dat het COA onrechtmatig heeft gehandeld door haar aanbod zonder selectieprocedure terzijde te leggen en in plaats daarvan een contract aan te gaan met deze andere partij. In deze procedure vordert Omgevingshuis een verklaring voor recht dat het COA hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld en de daardoor bij Omgevingshuis veroorzaakte schade moet vergoeden. Het oordeel van de rechter:
Geen aanbestedingsplicht
“In de Aw zijn regels vastgelegd voor als de overheid een inkoopopdracht wil vergeven. Deel 2 van de Aw is van toepassing op situaties waarin het gaat om inkoopopdrachten voor werken, leveringen of diensten. In die gevallen worden er specifieke eisen gesteld aan de procedure die gevolgd moet worden om een inkoopopdracht (aanbesteding) aan een bepaalde partij te gunnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijze van aankondiging van de procedure, de wijze van selectie en de wijze van gunning. Op grond van artikel 2.24, aanhef en onder b Aw is de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken van deze regeling uitgesloten. Dus in die gevallen geldt niet de verplichting om een bepaalde selectieprocedure te volgen.”
Catering en schoonmaak
“Zoals toegelicht door het COA zat in de huurprijs van de kamers ook de catering die werd aangeboden door het hotel. Daarnaast werd de schoonmaak ook door het hotel verzorgd. Op het inkopen van deze diensten is in beginsel deel 2 van de Aw wel van toepassing. Er is dan ook sprake van een gemengde overeenkomst. Voor de vraag of een gemengde overeenkomst alsnog (deels) wel of niet onder deel 2 van de Aw valt, dient eerst te worden bekeken of de overeenkomst objectief gezien deelbaar is in verschillende opdrachten.”
Ondeelbaar
“Binnen dat kader overweegt de rechtbank dat, op zichzelf beschouwd, catering en schoonmaak diensten zijn die door meerdere partijen kunnen worden aangeboden. In die zin zou de opdracht kunnen worden gescheiden. In dit geval ging het echter om een hotel waar de kamers werden gehuurd en waarbij de catering en schoonmaak als aanvullende diensten door het hotel werden geleverd. In dergelijke situaties is het niet aannemelijk dat het hotel aan derden zou toestaan om dezelfde diensten te leveren als die zij zelf al intern (al dan niet via door haar ingeschakelde tussenpersonen of -bedrijven) levert. Dat maakt dat er een noodzaak bestaat om deze diensten ook bij het hotel af te nemen. Dit betekent dat de overeenkomst als ondeelbaar moet worden beschouwd.”
Didam-jurisprudentie
“Omgevingshuis heeft verder betoogd dat het COA op basis van de analoge toepassing van de zogenaamde Didam-jurisprudentie alsnog gehouden was objectieve criteria voor de toekenning van het contract te formuleren en een selectieprocedure te organiseren. Omgevingshuis heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de Didam-jurisprudentie ook ziet op de situatie dat de overheid een pand verhuurt en naar analogie ook moet worden toegepast op de spiegelbeeldige situatie waarin de overheid zelf een pand huurt, zoals hier aan de orde is. Het COA heeft dit betwist.”
Spiegelbeeldige situatie
“De rechtbank overweegt dat de Didam-jurisprudentie van toepassing is op situaties waarin het betrokken overheidslichaam de aanbiedende partij is. De spiegelbeeldige situatie daarvan is dat de overheid de vragende partij is. Deze situatie wordt echter al gereguleerd door de Aw. Er is dus geen ruimte voor een analoge toepassing van de Didam-jurisprudentie in een spiegelbeeldige situatie. Het COA was dus ook op deze grond niet gehouden het aanbod van Omgevingshuis verder in overweging te nemen.”
VdLC publishers/consultants BV, 18 februari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl