Ervaring met leveren verdichtingsmachines aangetoond (week 4)
Eisen
Op 27 maart 2025 heeft RD4 een Europese aanbesteding gepubliceerd voor “de levering en montage van verdichtingsmachines (rollpackers) van huishoudelijk afval in afzetcontainers”. Zowel KTK als Bergmann hebben op deze aanbesteding ingeschreven. KTK vordert RD4 te verplichten alle gunningsbeslissingen in te trekken. Volgens de rechter staat niet ter discussie dat Bergmann ervaring heeft met het leveren en installeren van verdichtingsmachines en evenmin dat Bergmann aan RD4 een verdichtingsmachine kan leveren die aan eis 23 voldoet. Gelet hierop gaat het betoog van KTK niet op en worden de vorderingen van KTK afgewezen. (ECLI:NL:RBLIM:2026:374, Rechtbank Limburg, Datum uitspraak 20 januari 2026, Datum publicatie 23 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 27 maart 2025 heeft RD4 een Europese aanbesteding gepubliceerd voor “de levering en montage van verdichtingsmachines (rollpackers) van huishoudelijk afval in afzetcontainers”. Zowel KTK als Bergmann hebben op deze aanbesteding ingeschreven. RD4 heeft een (eerste) gunningsbeslissing genomen op 4 juni 2025, waarbij de opdracht voorlopig is gegund aan Bergmann. KTK heeft op 13 juni 2025 schriftelijk meerdere bezwaren kenbaar gemaakt tegen de voorgenomen gunning aan Bergmann. Bij brief van 31 juli 2025 heeft RD4 KTK onder meer bericht dat RD4 heeft besloten het bericht van 4 juni 2025 van voorgenomen gunning aan Bergmann in te trekken, beide inschrijvers alsnog uit te nodigen voor de functionele beproeving, waarbij zal worden gecontroleerd of de bij inschrijving aangeboden verdichtingsmachine voldoet aan de gestelde eisen en dat, bij een positief afgeronde functionele beproeving, RD4 een nieuw voornemen tot gunning bekend zal maken. Na de functionele beproeving heeft RD4 een (tweede) gunningbeslissing genomen op 10 november 2025, waarbij de opdracht wederom voorlopig is gegund aan Bergmann. KTK vordert RD4 te verplichten alle gunningsbeslissingen in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Vergelijkbaar
“Partijen zijn het erover eens dat de discussie in dit kort geding (alleen nog) gaat over de uitleg van kerncompetentie 1 als vermeld onder 2.3.1. van de Aanbestedingsleidraad (zie 3.2.) en meer specifiek wat moet worden verstaan onder het woord “vergelijkbaar” en of dit betekent dat inschrijvers een referentie moesten overleggen die zag op 5 werkende machines die voldoen aan (onder andere) eis 23 uit het Programma van eisen (althans een voorziening met een vergelijkbare functie) ten tijde van de inschrijving.”
Kerncompetentie 1
“RD4 heeft – onder verwijzing naar artikel 2.93 lid 3 Aw – in kerncompetentie 1 gevraagd naar aantoonbare ervaring met het leveren en installeren van vergelijkbare machines. Dit betekent dat een normaal oplettende inschrijver daaruit niet kon afleiden dat RD4 daarmee vroeg naar ervaring met machines die gelijk waren of identieke functies hadden (nog afgezien van de vraag of dat had gemogen op grond van artikel 2.93 lid 3 Aw). Zowel RD4 als Bergmann hebben terecht aangevoerd dat uit artikel 2.93 lid 3 Aw – en daarmee ook de aanbestedingsleidraad op dit punt – volgt dat de geschiktheidseis in de vorm van eerdere ervaring ziet op het toetsen van de competenties van de ondernemer die inschrijft om een opdracht zoals aanbesteed te kunnen uitvoeren en niet op de specifieke technische invulling van de uiteindelijk aan de aanbesteder te leveren prestatie. Het begrip “vergelijkbaar” in kerncompetentie 1 dient daarom niet zo te worden uitgelegd dat in een referentie moet staan dat in ieder geval aan eis 23 (een voorziening op de rollpacker-arm, waarmee de arm en looprol een positie kunnen innemen waarbij het mogelijk is om het (hydraulisch) deksel van de container te openen en te sluiten) wordt voldaan, zoals KTK heeft bepleit. De omstandigheid dat aan eis 23 kennelijk in aanloop van de aanbesteding al aandacht is geschonken, waaruit (mede) kon worden afgeleid dat RD4 dat een belangrijke eis vond, maakt dit niet anders. Dat element komt terug als een verplichte eis in het Programma van eisen en maakt daarmee onderdeel uit van het beslissingsproces binnen de aanbestedingsprocedure. RD4 was niet gehouden dat ook in de referentie-eis te laten terugkomen. Het is – anders gezegd – niet aan KTK om te bepalen hoe de door RD4, als aanbestedende dienst, verlangde referentie eruit moet zien. Dat een normaal geïnformeerde gebruiker mocht aannemen dat de referentie een opdracht moest zijn met vijf vergelijkbare machines die voldeden aan eis 23 en dat anders het stellen van eisen en het vragen om een referentie volledig zinledig zou worden, zoals KTK heeft gesteld, kan de voorzieningenrechter gelet op het voorgaande dus niet aannemen.”
Eis 23
“Pas indien een inschrijver aan de geschiktheidseisen voldoet, komen de gunningseisen, waaronder de eisen in het Programma van eisen en dus ook eis 23, om de hoek kijken (zoals ook volgt uit 3.1 van de Aanbestedingsleidraad). Niet ter discussie staat dat Bergmann ervaring heeft met het leveren en installeren van verdichtingsmachines en evenmin dat Bergmann aan RD4 een verdichtingsmachine kan leveren die aan eis 23 voldoet. Gelet op het voorgaande gaat het betoog van KTK niet op en dienen de vorderingen van KTK te worden afgewezen.”
VdLC publishers/consultants BV, 28 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl