Geen herstel mogelijk met betrekking tot referentieopdracht (week 17)
Referentie | kleine te herstellen fout
De gemeente Rotterdam heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor arbodienstverlening. De gemeente heeft besloten om de inschrijving van [eiseres] ter zijde te leggen, omdat de referentieopdracht niet is uitgevoerd voor een organisatie met minimaal 1.077 medewerkers. Op grond van het Beschrijvend Document dient dat tot uitsluiting van deelname te leiden. De omstandigheid dat de gemeente bekend was met het feit dat [eiseres] wel over de vereiste ervaring beschikte, maakt dit volgens de rechter niet anders. Ook is er volgens de rechter geen sprake van een onduidelijkheid die zich leent voor precisering of een kennelijke materiële fout waarvan de gemeente herstel had moeten toestaan. (ECLI:NL:RBROT:2026:3467, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 16 maart 2026, Datum publicatie 22 april 2026)
Feiten en omstandigheden
“De gemeente Rotterdam heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de inkoop van arbodienstverlening. De opdracht is gesplitst in drie percelen. De zittende dienstverlener, [eiseres] , heeft een inschrijving ingediend voor perceel 2, dat ziet op de clusters Stadbeheer en Werk en Inkomen Rotterdam Inclusief en 4.309 medewerkers vertegenwoordigt. Bij haar inschrijving heeft [eiseres] een referentie gevoegd om aan te tonen dat zij ervaring heeft met het uitvoeren van periodieke arbeidsgezondheidskundige onderzoeken. De gemeente heeft besloten om de inschrijving van [eiseres] ter zijde te leggen, omdat de referentieopdracht niet is uitgevoerd voor een organisatie met minimaal 1.077 medewerkers. De gemeente heeft de opdracht voorlopig aan Zorg van de Zaak gegund. [eiseres] vordert in dit kort geding dat de opdracht voor perceel 2 opnieuw wordt aanbesteed dan wel dat de gemeente overgaat tot een (materiële) beoordeling van haar inschrijving nadat [eiseres] een andere referentieopdracht heeft overgelegd. De rechter wijst de vorderingen af. De rechter zegt o.a.:”
Eiseres beschikte over ervaring uitvoeren PAGO’s
“Ook de omstandigheid dat [eiseres] op het moment van inschrijving feitelijk over ervaring met het uitvoeren van PAGO’s (periodieke arbeidsgezondheidskundige onderzoeken) voor een organisatie met minimaal 1.077 medewerkers beschikte en dat de gemeente dat wist, rechtvaardigt niet de conclusie dat de gemeente [eiseres] niet van deelname aan de aanbestedingsprocedure had mogen uitsluiten. Par. 5.2.2 van het Beschrijvend Document bepaalt namelijk dat ervaring met het uitvoeren van PAGO’s door middel van een referentieformulier moet worden aangetoond. Uit dat referentieformulier moet vervolgens blijken dat de referentieopdracht voor een organisatie met minimaal 1.077 medewerkers is uitgevoerd. Indien het bewijsmiddel in de vorm van het referentieformulier niet aan de gestelde vereisten voldoet, betekent dit dat de ervaring met het uitvoeren van PAGO’s niet is aangetoond.”
Zittend dienstverlener
“Op grond van par. 6.1 van het Beschrijvend Document dient dat in beginsel tot uitsluiting van deelname aan de aanbestedingsprocedure te leiden, omdat in dat geval niet is voldaan aan de minimumeis dat de inschrijving in overeenstemming is met alle eisen en voorwaarden die zijn opgenomen in het Beschrijvend Document. De omstandigheid dat de gemeente bekend was met het feit dat [eiseres] over de vereiste ervaring beschikte, maakt dit niet anders. De gemeente had die wetenschap omdat [eiseres] haar zittend dienstverlener is. Als de gemeente [eiseres] , ondanks dat zij niet aan alle in het Beschrijvend Document opgenomen eisen en voorwaarden voldeed, om die reden toch zou hebben laten deelnemen aan de procedure, zou [eiseres] daarmee ten opzichte van de overige inschrijvers zijn bevoordeeld. In dat geval zou de gemeente daarmee in strijd met het gelijkheidsbeginsel hebben gehandeld.”
Geen kleine te herstellen fout
“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de keuze van [eiseres] om de opdracht voor de gemeente Gouda als referentieopdracht op te geven niet worden aangemerkt als een kwestie die zich leent voor eenvoudige precisering en evenmin als een kennelijke materiële fout in de zin van laatstbedoelde jurisprudentie. Daarbij wordt nog opgemerkt dat de jurisprudentie waar mr. Dankert tijdens de mondelinge behandeling naar heeft verwezen, ziet op andere gevallen. In de zaak die heeft geleid tot het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 juli 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:2363) ging het bijvoorbeeld om een fout die voor de aanbestedende dienst evident en aanstonds kenbaar was. Dat was hier niet zo. Daarbij komt dat [eiseres] in haar bericht van 8 december 2025 (zie 2.9. hiervoor) heeft uitgelegd waarom zij de referentieopdracht voor de gemeente Gouda heeft opgevoerd. Volgens [eiseres] had zij juist vanwege de omvang en de complexiteit van de PAGO’s voor de gemeente Gouda gekozen. Dit duidt op een andere interpretatie of invulling, maar niet op een onduidelijkheid die zich leent voor precisering en evenmin op een vergissing of kennelijke materiële fout (bijvoorbeeld in de zin van een per abuis bijgevoegde referentie), waarvan de gemeente herstel had moeten toestaan.
VdLC publishers/consultants BV, 29 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl