Inschrijver had uitgesloten moeten worden wegens ontbreken ISO 9001 (week 9)
Certificaat | geschiktheidseisen | aanbestedende dienst
Op 27 oktober 2025 heeft de aanbestedende dienst aan Bertens meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht voor de renovatie en nieuwbouw van een schoolgebouw in Tilburg te gunnen aan Aannemingsbedrijf Gebr. De Wit B.V. en dat Bertens als tweede in de aanbestedingsprocedure is geëindigd. Bertens heeft bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen en stelt daartoe dat de inschrijving van De Wit ongeldig is, omdat De Wit niet voldoet aan de eis dat een inschrijver moet beschikken over een kwaliteitssysteem-certificaat op basis van NEN-EN-IS0:9001. De rechter concludeert dat De Wit inderdaad niet voldoet aan de geschiktheidseis met betrekking tot het kwaliteitssysteem. Ingevolge artikel 3.35.1 ARW had de aanbestedende dienst de inschrijving van De Wit ongeldig moeten verklaren. (ECLI:NL:RBROT:2026:1466, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 13 februari 2026, Datum publicatie 27 februari 2026)
Feiten en omstandigheden
Bertens heeft zich ingeschreven op de nationale, niet-openbare aanbestedingsprocedure voor de renovatie en nieuwbouw van een schoolgebouw in Tilburg. Op 27 oktober 2025 heeft de aanbestedende dienst [gedaagde 1] aan Bertens meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan Aannemingsbedrijf Gebr. De Wit B.V. en dat Bertens als tweede in de aanbestedingsprocedure is geëindigd. Bertens heeft bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen en stelt daartoe dat de inschrijving van De Wit ongeldig is, omdat De Wit niet voldoet aan de geschiktheidseis dat een inschrijver moet beschikken over een kwaliteitssysteem-certificaat op basis van NEN-EN-IS0:9001. Bertens heeft [gedaagde 1] verzocht de gunning te herzien, maar [gedaagde 1] was daartoe niet bereid. Bertens vordert [gedaagde 1] e.a. te gebieden om het gunningsvoornemen in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Verkeerde partij
“Als onweersproken staat vast dat [gedaagde 2] de aanbestedende dienst is. Dat betekent dat Bertens met de oproeping van [gedaagde 1] de verkeerde partij in rechte heeft betrokken. Zij heeft geen belang bij een toewijzende vordering jegens [gedaagde 1] . Dat leidt op grond van artikel 3:303 BW tot niet-ontvankelijkheid van Bertens ten aanzien van [gedaagde 1].” “Bertens heeft voldoende onderbouwd dat [gedaagde 1] e.a. zelf onduidelijkheid hebben gecreëerd over de identiteit van de aanbestedende dienst, waardoor Bertens zich genoodzaakt zag om naast [gedaagde 2] ook [gedaagde 1] te dagvaarden. Van belang is dat [gedaagde 1] gedurende de aanbestedingsprocedure steeds een actieve rol heeft gehad. Zo staat [gedaagde 1] als koper vermeld in de aankondiging van de aanbestedingsopdracht op TenderNed, heeft [gedaagde 1] het gunningsvoornemen meegedeeld aan Bertens en heeft zij daarna gereageerd op de bezwaren van Bertens.”
ISO 9001
Bertens stelt zich op het standpunt dat De Wit ten tijde van de aanmelding niet beschikte over een kwaliteitssysteem-certificaat op basis van ISO 9001 en daarmee niet voldeed aan de geschiktheidseis, zodat de inschrijving van De Wit ongeldig is. [gedaagde 2] erkent dat De Wit niet over het gevraagde certificaat beschikt, maar meent dat dit niet leidt tot een verplichting om De Wit uit te sluiten. [gedaagde 2] heeft daarin een beoordelingsvrijheid. Verder kan in paragraaf 6.4.4 niet worden gelezen dat het ontbreken van een ISO-certificaat leidt tot een ongeldige inschrijving. Bij de geschiktheidseis gaat het erom dat de kwaliteit in de organisatie voldoende is gewaarborgd. De Wit heeft een kwaliteitshandboek en zorgt intern voor de gewenste jaarlijkse audit. Daarmee heeft De Wit volgens [gedaagde 2] voldaan aan het vereiste “of gelijkwaardig”.
ARW 2016
“Het verweer van [gedaagde 2] met betrekking tot uitsluiting van De Wit wordt verworpen. Het geschil gaat hier niet om het bestaan van een uitsluitingsgrond, waar het om draait in paragraaf 6.1 van de Selectieleidraad, maar om het al dan niet voldoen aan één van de geschiktheidseisen, zoals omschreven in paragraaf 6.4.4 van de Selectieleidraad. De voorzieningenrechter stelt vast dat in paragraaf 5.1 van de Selectieleidraad uitdrukkelijk is bepaald dat de aanbestedingsprocedure plaatsvindt overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016. Uit artikel 3.35.1 ARW volgt dat een inschrijving die niet voldoet aan de eisen gesteld in dat reglement, de aankondiging en de voor aanmelding en inschrijving relevante aanbestedingsstukken, ongeldig is.”
Geen verklaring certificerende instelling
“Niet in geschil is dat De Wit niet beschikt over een kwaliteitssysteem-certificaat op basis van de ISO 9001-norm. Het betoog van [gedaagde 2] dat het kwaliteitssysteem van De Wit voldoet aan een norm die gelijkwaardig is aan het gevraagde kwaliteitscertificaat, slaagt niet. Op grond van de Selectieleidraad had De Wit de gelijkwaardigheid van haar kwaliteitshandboek en de jaarlijkse audit aan de gestelde norm moeten aantonen door bij de aanmelding een verklaring daartoe te verstrekken van een certificerende instelling die daarvoor geaccrediteerd is. De Wit heeft bij de aanmelding een dergelijke verklaring niet verstrekt. Zelfs nu heeft zij een dergelijke verklaring niet voorhanden. Dat leidt tot het oordeel dat De Wit niet voldoet aan de geschiktheidseis met betrekking tot het kwaliteitssysteem. Ingevolge artikel 3.35.1 ARW had [gedaagde 2] de inschrijving van De Wit ongeldig moeten verklaren. Het voornemen om de opdracht te gunnen aan De Wit is daarom onrechtmatig.”
Belangenafweging
[gedaagde 2] heeft gewezen op haar belang als onderwijsinstelling om het schoolgebouw te realiseren ten behoeve van kinderen die moeite hebben met horen, spreken of taal. Bij een verbod om het werk te gunnen aan De Wit, moeten de leerlingen en de medewerkers van [gedaagde 2] langer wachten op passende huisvesting. Een nieuwe aanbesteding leidt bovendien tot extra kosten en inzet van mankracht. Dat heeft zijn weerslag op het door de gemeente verstrekte budget en op de uitvoering van haar andere projecten, aldus [gedaagde 2].
De voorzieningenrechter onderkent dat [gedaagde 2] een groot belang heeft bij het gunnen van de opdracht aan De Wit, maar dat belang kan niet rechtvaardigen dat uitvoering wordt gegeven aan een gunningsvoornemen dat in strijd met de voorschriften van de aanbestedingsprocedure tot stand is gekomen. De geschiktheidseisen gelden voor alle partijen die betrokken zijn bij de aanbesteding en verschaffen zekerheid over de regels van het traject. Indien daarover heen wordt gestapt, zou dat het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel waar aanbestedende diensten zich aan hebben te houden zinledig maken.
VdLC publishers/consultants BV, 4 maart 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl