Inschrijvingsbegroting incorrect (week 2)
Bankgarantie | herstel kleine fout
De Staat (Rijksvastgoedbedrijf) heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor de opdracht ‘Realisatie herinrichting [adres]’. Constructif heeft de Staat op 3 oktober 2025 bericht dat zij het niet eens is met de terzijdelegging van haar inschrijving. Omdat de precieze aard en duur van de bankgarantie niet valt af te leiden uit enkel de hoogte van het daarvoor begrote bedrag, komt de rechter tot de conclusie dat de Inschrijvingsbegroting incorrect is. De rechter stelt ook vast dat de Staat geen gelegenheid mocht bieden de inschrijving aan te passen. (ECLI:NL:RBDHA:2025:25409, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak24 december 2025, Datum publicatie 9 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
De Staat (Rijksvastgoedbedrijf) heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor de opdracht ‘Realisatie herinrichting [adres] te [plaats]’. Het pand op genoemd adres moet worden heringericht en bouwkundig worden aangepast zodat het als kantoorpand met 150 werkplekken kan worden gebruikt. Bij gunningsbeslissing van 30 september 2025 heeft de Staat Constructif bericht dat haar inschrijving als ongeldig terzijde is gelegd. De bijlage vermeldt verder dat IJbouw de winnende inschrijver is. Constructif heeft de Staat op 3 oktober 2025 bericht dat zij het niet eens is met de terzijdelegging van haar inschrijving en verzocht om een bevestiging van de Staat dat hij de inschrijving van Constructif in beschouwing neemt. De Staat heeft Constructif op 7 oktober 2025 geantwoord, onder vermelding van de redenen daarvoor, dat hij niet voornemens is de gunningsbeslissing te herzien. Constructif heeft de Staat hierna op 9 oktober 2025 nogmaals aangeschreven met het verzoek de ongeldigverklaring te heroverwegen. Daarbij heeft zij aangekondigd rechtsmaatregelen te nemen indien de Staat persisteert in de ongeldigverklaring en in dat kader verzocht kenbaar te maken op welke plaats Constructif zou zijn geëindigd als haar inschrijving niet als ongeldig terzijde zou zijn gelegd. Constructif vordert dat de voorzieningenrechter de Staat gebiedt de voorlopige gunningsbeslissing zoals vastgelegd in zijn brief van 30 september 2025 in te trekken. Het oordeel van de rechter:
Inschrijvingsdocumenten en bewijsstukken
“De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Paragraaf 4.2 van de Leidraad bevat een checklist inzake in te dienen inschrijvingsdocumenten en bewijsstukken. Daarin staan het Inschrijvingsbiljet en de Inschrijvingsbegroting allebei genoemd als Criterium 1, het Plan van aanpak Overlastbeperking als Criterium 2, het Plan van aanpak realiseren planning als Criterium 3 en het Plan van aanpak Coördinatie en directieleveringen als Criterium 4. Al deze criteria spelen een rol in het kader van het gunningscriterium ‘de economische meest voordelige inschrijving’ waaronder volgens de Leidraad, paragraaf 3.4 “Beoordelings-methodiek”, wordt verstaan de inschrijving met de laagste fictieve inschrijvingssom. Deze fictieve inschrijfsom wordt volgens de Leidraad (Tabel Rekenblad BPKV, zoals hierboven weergegeven onder 3.3.) berekend door de behaalde kwaliteitswaarde van Criteria 2, 3 en 4 (Overlastbeperking, Beheersen planning en Coördinatie en directieleveringen) af te trekken van Criterium 1 (Inschrijvingssom). Criterium 1 is dus (mede)bepalend voor de fictieve inschrijvingssom, en daardoor voor de beoordeling van de inschrijving. Daaruit vloeit voort dat de Inschrijvingsbegroting, als onderdeel van Criterium 1, een inschrijvingsstuk is.”
Inschrijvingsbegroting incorrect
“Dat, zoals Constructif stelt, alleen de tekst in de Inschrijvingsbegroting onjuist is maar de daarin opgenomen post voor kosten bankgarantie wel correct is, heeft Constructif tegenover de betwisting daarvan door de Staat en IJbouw onvoldoende onderbouwd. Bovendien zou, als de stelling van Constructif juist zou zijn, het Rijksvastgoedbedrijf dit niet vaststellen bij de kennisname van de begroting. Omdat de prijs die een inschrijver betaalt voor een bankgarantie van veel voor de aanbestedende dienst niet kenbare omstandigheden afhankelijk is en het bovendien niet gezegd is dat die prijs één op één wordt doorberekend in de Inschrijvingsbegroting, valt de precieze aard en duur van de bankgarantie niet af te leiden uit enkel de hoogte van het daarvoor begrote bedrag. De conclusie is dan ook dat de Inschrijvingsbegroting incorrect is.”
Geen mogelijkheid tot herstel
“Het aanpassen van de ingediende Inschrijvingsbegroting waarbij de bankgarantie alleen ziet op de bouwfase naar een bankgarantie die zich uitstrekt over de periode daarna, en waarbij ook de hoogte van de bankgarantie (deels) wordt verhoogd van 2,5% naar 5% zou er daarom toe leiden dat materieel gezien sprake is van een nieuwe inschrijving. Ook is het in geval van verbetering of aanvulling van de Inschrijvingsbegroting door daarin alsnog een volledige bankgarantie met de juiste hoogte op te nemen, niet (meer) mogelijk objectief vast te stellen dat deze gegevens dateren van voor de inschrijvingstermijn. Verbetering of aanvulling van de Inschrijvingsbegroting zou dus in strijd komen met de hiervoor aangehaalde jurisprudentie. Het voorgaande betekent dat er geen sprake is van een uitzonderlijk geval waarin aan Constructif de gelegenheid had moeten worden geboden tot verbetering of aanvulling van haar inschrijving. De conclusie is dan ook dat de Staat geen gelegenheid mocht bieden de inschrijving aan te passen. Uit deze conclusie volgt ook dat de Staat niet gehouden was Constructif te vragen haar inschrijving op dit punt toe te lichten of te verduidelijken.”
VdLC publishers/consultants BV, 14 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl