Intrekking gunningsbeslissing toegestaan (week 52)
Intrekken aanbesteding | uitvoeringseis
Het ministerie van Defensie heeft op 29 mei 2024 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de levering van beveiligingsproducten (waaronder diverse soorten kluizen) voor het Commando Landstrijdkrachten. De rechter is van oordeel dat de bewoordingen van de aanbestedingsstukken met betrekking de in het PvE opgenomen certificeringseis, naar objectieve maatstaven gemeten, onvoldoende duidelijk zijn en op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd als het gaat om het moment waarop aan die eis moet worden voldaan. Dit betekent dat de vorderingen die zien op de intrekking van de gunningsbeslissing van 4 april 2025 toewijsbaar zijn. (ECLI:NL:RBDHA:2025:24517, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 16 december 2025, Datum publicatie 30 december 2025)
Feiten en omstandigheden
Defensie heeft op 29 mei 2024 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de levering van beveiligingsproducten (waaronder diverse soorten kluizen) en daarbij behorende diensten ten behoeve van het Commando Landstrijdkrachten. Op de aanbesteding hebben 3 partijen ingeschreven, te weten [eiseres], [derde-partij] en [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam]). Op 27 september 2024 heeft Defensie de opdracht voorlopig gegund aan [eiseres]. [derde-partij] eindigde als tweede en [bedrijfsnaam] als derde. [derde-partij] heeft vervolgens de gunningsbeslissing in kort geding aangevochten. Op 14 januari 2025, enkele dagen voor de mondelinge behandeling in dit kort geding, heeft Defensie de gunningsbeslissing ingetrokken met het oog op nader beraad. [derde-partij] heeft vervolgens het kort geding ingetrokken.
Defensie heeft hierna niet alleen – naar aanleiding van de bezwaren van [derde-partij] – de inschrijving van [eiseres] opnieuw beoordeeld. Ook is, nadat [eiseres] Defensie hierop had geattendeerd, onderzoek gedaan naar mogelijke Russische betrokkenheid (meer specifiek van Promet Safe Ltd) bij de productie van Salvus-kluizen uit het productassortiment van [derde-partij] zowel in het kader van de huidige inschrijving als bij in het verleden door [derde-partij] geleverde beveiligingsproducten. Op 4 april 2025 heeft Defensie een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing genomen en de opdracht voorlopig gegund aan [derde-partij]. De inschrijving van [eiseres] moet volgens dezelfde gunningsbeslissing op grond van de knock-out eis K2 alsnog ongeldig worden verklaard. [eiseres] vordert in deze procedure dat de voorzieningenrechter Defensie verbiedt uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing van 4 april 2025. Het oordeel van de rechter:
Vraag over inschakeling Promet blijft onbeantwoord
“In deze procedure zijn zowel de deelname van [eiseres] als de deelname van [derde-partij] aan deze aanbesteding onderwerp van discussie. De voorzieningenrechter zal in dit vonnis echter niet beide discussies beslechten. Zij is op grond van het hierna volgende van oordeel dat de door [eiseres] ingenomen stellingen over het (ten onrechte) ongeldig verklaren van haar inschrijving reeds voldoende grond vormen voor toewijzing van de hoofdvorderingen van [eiseres] (de vorderingen onder I. en II) en voor een gebod tot heraanbesteding van de opdracht. De vraag of [derde-partij] van deelname had moeten worden uitgesloten vanwege de vermeende (met artikel 5 duodecies van de Verordening strijdige) samenwerking met of inschakeling van Promet bij de uitvoering van de opdracht, kan daarom onbeantwoord blijven.”
Bewoordingen aanbestedingsstukken onvoldoende duidelijk
“De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de bewoordingen van de aanbestedingsstukken met betrekking de in het PvE opgenomen certificeringseis, naar objectieve maatstaven gemeten, onvoldoende duidelijk zijn en op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd als het gaat om het moment waarop aan die eis moet worden voldaan. Bij dat oordeel wordt betrokken dat Defensie aanvankelijk zelf ook het standpunt innam dat sprake was van een uitvoeringseis, een standpunt dat door het onafhankelijke Klachtenmeldpunt als overtuigend is beoordeeld nu zij concludeert dat “de Eis 3.2.3 in redelijkheid niet anders dan als een uitvoeringseis kan worden opgevat.” Dit onderstreept dat de certificeringseis voor meerderlei uitleg vatbaar is.”
Intrekking toegestaan
“Het voorgaande betekent dat de vorderingen die zien op – kort gezegd – de intrekking van de gunningsbeslissing van 4 april 2025 toewijsbaar zijn. Voor het alsnog geldig verklaren van de inschrijving van [eiseres] en het gunnen van de opdracht aan [eiseres] (en het ongeldig verklaren van de inschrijving en uitsluiten van [derde-partij]) bestaat geen grond en dat doet ook geen recht aan de belangen van de andere inschrijvers. De enige wijze waarop het hiervoor omschreven gebrek in de aanbesteding kan worden hersteld is door de opdracht opnieuw aan te besteden. De meer subsidiaire vordering van [eiseres] zal dan ook worden toegewezen, voor zover Defensie de opdracht nog wil vergeven.”
VdLC publishers/consultants BV, 7 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl