Inzagevordering wordt afgewezen (week 6)
Inzage in stukken
Op 14 juli 2024 heeft de gemeente Rotterdam de Europese openbare aanbesteding ‘Doelgroepenvervoer’ via Tenderned aangekondigd. Het door TWZ ingestelde hoger beroep over deze aanbesteding loopt nog. Eiseressen vorderen de gemeente, MRDH, RET, RTC en RMC ieder te bevelen binnen een termijn van 72 uur na betekening van het in onderhavige kort geding te wijzen vonnis inzage in of afschrift van een aantal documenten te verstrekken. De inzagevordering onder 2 wordt door de rechter vanwege gebrek aan voldoende belang dan wel onvoldoende bepaaldheid integraal afgewezen. (ECLI:NL:RBROT:2026:948, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 3 februari 2026, Datum publicatie 4 februari 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 14 juli 2024 heeft de gemeente Rotterdam de Europese openbare aanbesteding ‘Doelgroepenvervoer’ via Tenderned aangekondigd. De geraamde waarde van de opdracht was 320 miljoen euro. Onder andere TWZ (met Trevvel, de zittende contractant, als onderaannemer), RMC Rotterdam en Transvision hebben ingeschreven op de aanbesteding. De opdracht is op 3 juni 2025 voorlopig gegund aan RMC Rotterdam. TWZ en Transvision zijn op de tweede en derde plaats geëindigd. TWZ heeft tegen de voorlopige gunning van de opdracht op 13 juni 2025 bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft de gemeente op 1 juli 2025 afgewezen. Vervolgens heeft TWZ tegen de gemeente een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt om zo te voorkomen dat de opdracht definitief aan RMC Rotterdam zou worden gegund. TWZ was van mening dat de offerte van RMC Rotterdam terzijde geschoven had moeten worden vanwege een ernstige beroepsfout en op basis van past performance. Daarnaast was TWZ van mening dat er sprake was van een onjuiste scoretoekenning. RMC Rotterdam en Transvision zijn in die kortgedingprocedure tussengekomen. De door TWZ in het kort geding ingestelde vorderingen die dus strekten tot ingrijpen in de aanbestedingsprocedure zijn bij vonnis van 14 oktober 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank afgewezen. Het door TWZ ingestelde hoger beroep tegen dit vonnis loopt nog. Eiseressen vorderen de gemeente, MRDH, RET, RTC en RMC ieder te bevelen binnen een termijn van 72 uur na betekening van het in onderhavige kort geding te wijzen vonnis inzage in of afschrift van de documenten bedoeld in bijlage 1 bij de dagvaarding te verstrekken. Het oordeel van de rechter:
Niet in strijd met goede procesorde
“Als eerste komt aan de orde de inzagevordering onder 2 gericht tot (de overgebleven) gedaagden. In de dagvaarding hebben eiseressen deze vordering enkel gebaseerd op het bepaalde in artikel 194 Rv. Ter zitting hebben zij de grondslag van de vordering aangevuld in die zin dat zij de gevraagde inzage mede wensen te baseren op het bepaalde in de artikelen 197 lid 1 en 196 lid 2 Rv. Daartegen hebben de gemeente en RET bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter honoreert dat bezwaar niet. In het licht van de aard van deze kortgedingprocedure acht de voorzieningenrechter de aanvulling voldoende tijdig gedaan en, gelet op de spreektijd die aan ieder van gedaagden is gegund en die zij feitelijk ook hebben ingevuld met het voeren van inhoudelijk verweer tegen (de aangevulde grondslag van) de inzagevordering, niet in strijd met de goede procesorde. De voorzieningenrechter begrijpt de inzagevordering daarmee aldus dat eiseressen bedoeld hebben de vordering onder 2 te baseren op artikel 194 Rv in samenhang met artikelen 197 lid 1 en 196 lid 2 Rv.”
Integraal afgewezen
“De inzagevordering onder 2 wordt reeds vanwege gebrek aan voldoende belang dan wel onvoldoende bepaaldheid integraal afgewezen. Daarbij komt dat niet aannemelijk is dat eiseressen voldoende spoedeisend belang bij de inzagevordering hebben in die zin dat niet behoorlijk is toegelicht waarom van hen niet gevergd kan worden dat ze de beslissing op de inzagevordering in de appelprocedure afwachten. Dat het efficiënt zou zijn om die stukken nu vast te vragen volstaat niet, gelet op voornoemd uitgangspunt van concentratie van bewijsverrichtingen.”
Gewichtige redenen
“Bij het tweede aspect - de gewichtige redenen - overweegt de voorzieningenrechter dat het verweer van meerdere gedaagden dat de gegevens waarvan inzage wordt gevraagd bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten niet te veronachtzamen is, gelet op de vaststaande concurrentieverhouding tussen partijen. Dat pleit op het eerste gezicht tegen inzage. Dit geldt sterker nu de Europese Commissie als toezichthouder op de naleving van de staatssteunregels naar aanleiding van de recent ingediende klacht van eiseressen een met waarborgen omgeven en vertrouwelijkheid geborgd onderzoek kan doen naar de gestelde onrechtmatige staatssteunverlening en in het kader van een dergelijk onderzoek inzage kan verlangen in de relevante stukken.”
Gelet op het voorgaande behoeven de andere geschilpunten, zoals het “onder curatele staan” van RET, het advies van RET-juristen om vanuit staatssteunoogpunt af te zien van het verstrekken van een verkoperslening, de toerekening van de kennis van CM (indirect in de persoon van [persoon A] ) aan eiseressen, de waarde van het deskundigenbericht en de vraag wie wanneer was uitgenodigd om een bod te doen geen bespreking.
Eiseressen worden in het ongelijk gesteld.
VdLC publishers/consultants BV, 11 februari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl