Level-playing-field bij aanbesteding polyelektrolyt (week 18)
Minicompetitie | level-playing-field
Deze zaak gaat over een door HHSK (Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard) georganiseerde mini-competitie voor de opdracht tot levering van polyelektrolyt voor de afvalwaterzuiveringsinstallatie van HHSK in Kralingseveer, Rotterdam, waaraan VTA heeft deelgenomen. HHSK heeft volgens de rechter een level playing field gecreëerd door de inschrijvers zoveel als mogelijk in staat te stellen om een concurrerende inschrijving te doen. Zij zijn aan een eerlijke competitie onderworpen. De rechter komt tot de conclusie dat de vorderingen van VTA worden afgewezen. (ECLI:NL:RBROT:2025:15756, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 27 november 2025, Datum publicatie 30 april 2026)
Feiten en omstandigheden
Deze zaak gaat over een door HHSK (Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard) georganiseerde mini-competitie voor de opdracht tot levering van polyelektrolyt voor de afvalwaterzuiveringsinstallatie van HHSK in Kralingseveer, Rotterdam, waaraan VTA heeft deelgenomen. Bij tussenvonnis van 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:12841) heeft de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak heropend, omdat op dat moment niet kon worden beoordeeld of de inschrijvers aan een eerlijke competitie zijn onderworpen. Daarbij zijn partijen in de gelegenheid gesteld om hun standpunten schriftelijk nader toe te lichten en nadere stukken in te dienen. Ook mocht de mondelinge behandeling worden voortgezet indien partijen dat wenselijk vonden. Uit de berichten van partijen nadien is gebleken dat zij dit op prijs stelden. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 november 2025. Het oordeel van de rechter:
Eerdere soortgelijke aanbestedingsprocedure
“Tussen partijen is in geschil of en in hoeverre het drogestofgehalte in het ingaande slib van invloed is op de ontwaterbaarheid van dat slib. VTA stelt dat het drogestofgehalte in het ingaande slib een aanzienlijke invloed heeft. Ter onderbouwing van die stelling heeft zij onder andere een rapportage van de heer [persoon A] en een analyse van het Institut für Klärschlammanalytik UG overgelegd. Ook heeft zij erop gewezen dat zij er tijdens een eerdere, soortgelijke aanbestedingsprocedure van HHSK wel in is geslaagd om aan de garantie-eis van een drogestofgehalte van minimaal 21% in het ontwaterde slib te voldoen. Volgens VTA kwam dit doordat het drogestofgehalte in het ingaande slib toen 4,46% bedroeg. HHSK stelt dat de daadwerkelijke ontwaterbaarheid van slib (hoe goed het PE werkt) primair samenhangt met de slibsamenstelling en het gebruikte PE; het drogestofgehalte is volgens HHSK iets anders dan de slibsamenstelling en maakt daar geen onderdeel van uit. Ter onderbouwing hiervan heeft HHSK een memo in het geding gebracht van de heer [persoon B] , een gerenommeerd slibspecialist verbonden aan Royal HaskoningDHV Nederland B.V., die ook bij de voortgezette mondelinge behandeling aanwezig is geweest.”
Level-playing-field
“Zelfs als het drogestofgehalte van invloed is op de ontwaterbaarheid van het slib, heeft HHSK daarmee naar voorlopig oordeel voldoende gelijke mogelijkheden aan de inschrijvers geboden om de garantie-eis van een drogestofgehalte van minimaal 21% in het ontwaterde slib te halen, gelet op de werking van de installatie, het memo en de toelichting ter zitting van [persoon B] . De inschrijvers konden immers, anders dan VTA eerder betoogde, meerdere maatregelen nemen (“aan verschillende knoppen draaien”) om de werking van het PE te beïnvloeden en dus de garantie-eis te halen. HHSK heeft daarmee naar voorlopig oordeel een level playing field gecreëerd door de inschrijvers zoveel als mogelijk in staat te stellen om een concurrerende inschrijving te doen. Zij zijn aan een eerlijke competitie onderworpen.”
De rechter komt tot de conclusie dat de vorderingen van VTA worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 6 mei 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl