Objectiviteit beoordelingscommissie gewaarborgd (week 52)
Beoordelingscommissie | beoordelen van de kwaliteit
[Eiser] twijfelt aan de objectiviteit van de beoordeling van haar inschrijving door ambtenaren van de Gemeente. Volgens [eiser] verliep de relatie tussen de Gemeente en haar al enige jaren niet soepel. De rechter acht van belang dat de beoordelingscommissie werd voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter en voorts werd begeleid door een externe advocaat die gespecialiseerd is in het aanbestedingsrecht. Deze advocaat heeft ter zitting verklaard dat hij de taak had om te bewaken of het gehele proces binnen de aanbestedingsrechtelijke kaders bleef. Daarmee is de objectiviteit van de beoordelingscommissie naar het oordeel van de rechter voldoende gewaarborgd. (ECLI:NL:RBOVE:2025:7516, Rechtbank Overijssel, Datum uitspraak 19 december 2025, Datum publicatie 30 december 2025)
Feiten en omstandigheden
Een Gemeente (geanonimiseerd) heeft een aanbesteding gestart voor de uitvoering van jongeren(welzijns)werk in de Gemeente. [eiser] en één andere aanbieder hebben op deze aanbesteding ingeschreven. De Gemeente heeft de opdracht aan de andere inschrijver gegund en [eiser] komt daar in deze zaak tegenop. Volgens [eiser] was de beoordelingscommissie van de Gemeente niet objectief en heeft de Gemeente fouten gemaakt bij de beoordeling van haar inschrijving. Die beoordeling was volgens [eiser] niet overeenkomstig het bestek en/of evident feitelijk onjuist. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser] af omdat de beoordelingscommissie voldoende objectief heeft gehandeld en er geen sprake is van de door [eiser] gestelde fouten bij de beoordeling. De gunningsbeslissing is deugdelijk en op transparante wijze gemotiveerd. Het oordeel van de rechter:
Stroeve relatie
[eiser] vordert herbeoordeling van haar inschrijving omdat de beoordelingscommissie volgens haar niet onafhankelijk is geweest. [eiser] twijfelt aan de objectiviteit van de beoordeling van haar inschrijving door ambtenaren van de Gemeente. Volgens [eiser] verliep de relatie tussen de Gemeente en haar al enige jaren niet soepel en vormde dat onderwerp van onderzoek door [bedrijf]. In de beoordelingscommissie zaten juist de ambtenaren waar [eiser] contact mee had. Bij [eiser] leeft de gedachte dat de Gemeente haar relatie met [eiser] , gelet op die stroeve relatie, graag wil beëindigen. Het feit dat de Gemeente het onderzoek van Necker heeft opgeschort en vervolgens een aanbesteding is gestart, voedt die gedachte bij [eiser] .
Relatie verbeterd
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat de beoordeling van de inschrijving van [eiser] door de betrokken ambtenaren van de Gemeente als gevolg van de door [eiser] gestelde vertroebelde relatie met [eiser] niet (voldoende) objectief is geweest. Van belang voor dat oordeel is dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling beide partijen hebben verklaard dat de relatie tussen [eiser] en de Gemeente inmiddels fors verbeterd is. Steun voor die constatering biedt overigens ook het gespreksverslag van [bedrijf] van 18 april 2025. Het is daarom niet aannemelijk dat de Gemeente om deze reden een aanbesteding is gestart.
Onafhankelijk voorzitter
Voorts is van belang dat de beoordelingscommissie werd voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter en voorts werd begeleid door een externe advocaat die gespecialiseerd is in het aanbestedingsrecht. Deze advocaat, die na de consensusronde in de beoordelingscommissie, is ingeschakeld, heeft ter zitting verklaard dat hij de taak had om te bewaken of het gehele proces binnen de aanbestedingsrechtelijke kaders bleef. Daarmee is de objectiviteit van de beoordelingscommissie naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gewaarborgd. Daarbij acht de voorzieningenrechter het overigens logisch en voorstelbaar dat de Gemeente heeft besloten om in de beoordelingscommissie ambtenaren zitting te laten nemen die inhoudelijke kennis hebben van het onderwerp waarop de onderhavige aanbesteding zag, namelijk jongerenwerk. In het licht van deze feiten en omstandigheden is de twijfel van [eiser] aan de objectiviteit van de beoordelingscommissie door haar niet voldoende onderbouwd of geobjectiveerd zodat de voorzieningenrechter daar aan voorbij gaat.
Omschakeling
De beoordelingscommissie is kennelijk tot het oordeel gekomen dat [inschrijver] de door de Gemeente gewenste omschakeling van activiteitgericht naar meer contextversterkend werken beter bereikt dan [eiser] . Zij heeft haar oordeel op voldoende transparante wijze gemotiveerd door duidelijk de verschillen tussen beide inschrijvingen op dit punt te beschrijven. De motiveringsverplichting reikt overigens niet zo ver dat [eiser] de motivering van de gunningsbeslissing van de andere inschrijvers zou moeten kunnen toetsen.
VdLC publishers/consultants BV, 7 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl