Ommelander Ziekenhuis Groningen geen aanbestedende dienst (week 17)
Aanbestedende dienst
UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) heeft in 2015 haar elektronisch patiëntendossier (EPD) aanbesteed en gegund aan EPIC. OZG (Ommelander Ziekenhuis Groningen) en Treant willen aansluiten bij dit systeem. Volgens Chipsoft kan dit niet zonder nieuwe aanbesteding. De voorzieningenrechter heeft Chipsoft gevolgd en UMCG verboden om op de ingeslagen weg voort te gaan Het hof is van oordeel dat de aanbesteding uit 2015 ook de optie van een regionaal EPD omvatte en komt tot een ander oordeel dan de voorzieningenrechter. Het hof komt bovendien tot de conclusie dat OZG niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling en bijgevolg evenmin als een aanbestedende dienst. (ECLI:NL:GHARL:2026:2351, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Datum uitspraak 21 april 2026, Datum publicatie 21 april 2026)
Feiten en omstandigheden
UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) heeft in 2015 haar elektronisch patiëntendossier (EPD) aanbesteed en gegund aan EPIC. OZG en Treant willen aansluiten bij dit systeem. Volgens Chipsoft kan dit niet zonder nieuwe aanbesteding door UMCG van het hele dan ontstane regionale EPD. De voorzieningenrechter heeft Chipsoft gevolgd en UMCG op straffe van een dwangsom van 100.000 euro per dag verboden om op de ingeslagen weg voort te gaan. Het hof is van oordeel dat de aanbesteding uit 2015 ook de optie van een regionaal EPD omvatte en komt tot een ander oordeel dan de voorzieningenrechter, ook op het punt of OZG als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt. Daarmee kan het vonnis van de voorzieningenrechter niet in stand blijven. Het hof zegt o.a.:
Amphia-zaak
“De vraag of een algemeen ziekenhuis als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt, toegespitst op het criterium of het voorziet in behoeften van algemeen belang, anders dan van commerciële aard, is aan de orde geweest in de Amphia-zaak, waarin de voorganger van de hiervoor genoemde richtlijn 2014/24 aan de orde was. Daarin heeft de Hoge Raad overwogen dat bij de beoordeling of al dan niet sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, moet worden gelet op alle relevante elementen, rechtens en feitelijk, zoals de omstandigheden waaronder de betrokken instelling is opgericht en de voorwaarden waaronder zij werkzaam is. Daarbij moet worden bedacht dat het ontbreken van concurrentie geen noodzakelijk element is van de definitie van het begrip publiekrechtelijke instelling. Het bestaan van een sterke concurrentie kan weliswaar erop wijzen dat geen sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, maar wettigt op zichzelf niet deze conclusie. Aan die conclusie kan bijdragen dat de betrokken instelling, ook al heeft deze geen winstoogmerk, werkt op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit, alsmede dat zij zelf het economische risico van haar activiteiten draagt.”
Algemene ziekenhuizen geen aanbestedende dienst
“In de daarop gevolgde verwijzingszaak is geoordeeld dat Amphia niet aan de derde voorwaarde als hiervoor onder 5.12 omschreven voldeed en in volgende rechterlijke uitspraken over algemene ziekenhuizen is steeds aangenomen dat zij niet als aanbestedende diensten kwalificeerden omdat niet is voldaan aan een van de alternatieven van die derde voorwaarde, waarbij dan de vraag of voldaan is aan voorwaarde I in het midden kon blijven. Het hof is van oordeel dat, ook al wijst de statutaire doelstelling van het OZG op het voldoen aan de behoefte van algemeen belang van het bieden van gezondheidszorg in Oost-Groningen, de wijze waarop daaraan uitvoering moet worden gegeven niet afwijkt van die van alle andere algemene ziekenhuizen in Nederland, die moeten voldoen aan de tucht van de markt en moeten werken op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit. In het licht van de door de Hoge Raad in het Amphia-arrest betrokken uitspraken van het Europese hof is dit een aanwijzing dat het OZG als algemeen ziekenhuis voorziet in een algemene behoefte, maar van commerciële aard. OZG en UMCG hebben ter zitting van het hof toegelicht dat het OZG haar eigen verliezen moet dragen en dat die op geen enkele wijze worden gedragen of afgedekt door UMCG. UMCG heeft alleen bij de start van het OZG een commerciële lening aan OZG verstrekt die moeten worden afgelost.”
Dochteronderneming
“Het hof is daarom voorshands van oordeel dat het OZG niet voldoet aan de eerste cumulatieve voorwaarde voor het zijn van een aanbestedingsplichtige publiekrechtelijke instelling. Het hof deelt niet de opvatting van Chipsoft dat de omstandigheid dat OZG als een dochteronderneming van UMCG moet worden beschouwd, zij alleen al om die reden als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt. Het hof verwijst naar de vaste jurisprudentie van het HvJ EU dat een onderneming niet reeds zelf als een aanbestedende dienst worden beschouwd omdat zij door een aanbestedende dienst is opgericht of omdat haar activiteiten worden gefinancierd met financiële middelen afkomstig uit de door een aanbestedende dienst verrichte activiteiten.”
Het hof komt daarmee tot de conclusie dat OZG niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling en bijgevolg evenmin als een aanbestedende dienst. De tegen het andersluidende oordeel van de voorzieningenrechter gerichte grieven van UMCG c.s. slagen in zoverre en de vordering van Chipsoft om uitdrukkelijk te bepalen dat OZG een aanbestedende dienst is kan niet worden toegewezen, nog daargelaten dat in kort geding geen verklaring voor recht kan worden afgegeven.
VdLC publishers/consultants BV, 29 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl