Stelling dat winnaar adviseerde bij voorbereiding aanbesteding niet nader onderbouwd (week 9)
Certificaat | rechtsverwerking | betrokkenheid bij voorbereiding
Mic-O-Data is als tweede geëindigd bij een aanbesteding voor digitalisering van afvalbakken van Stadswerk072 in Alkmaar en heeft de opdracht niet gegund gekregen. Zij is van mening dat TWS aan wie voorlopig gegund is, uitgesloten had moeten worden. Mic-O-Data fundeert haar bezwaar tegen de niet-uitsluiting op een tegenstrijdigheid die zijzelf volgens de rechter eerder had kunnen opmerken. Het door Stadswerk gedane beroep op rechtsverwerking is dan ook niet onredelijk. Ook had Mic-O-Data haar stelling dat TWS Stadswerk heeft geadviseerd bij de voorbereiding van de aanbesteding nader moeten onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan en een enkel vermoeden is onvoldoende. Ook aan deze stelling van Mic-O-Data wordt daarom voorbij gegaan. (ECLI:NL:RBNHO:2026:1794, Rechtbank Noord-Holland, Datum uitspraak 26 februari 2026, Datum publicatie 26 februari 2026_
Feiten en omstandigheden
De eisende partij is als tweede geëindigd bij een aanbesteding voor digitalisering van afvalbakken en heeft de opdracht niet gegund gekregen. Zij is van mening dat de inschrijving van de onderneming aan wie voorlopig gegund is uitgesloten had moeten worden, omdat deze onderneming volgens haar niet voldeed aan een gestelde geschiktheidseis. Dit laatste is door de aanbestedende dienst Stadswerk 072 in Alkmaar betwist. De zaak gaat om uitleg van de aanbestedingsdocumenten. De rechter komt tot het oordeel dat de winnende inschrijver als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de aanbestedingsstukken objectief mocht begrijpen zoals zij dat heeft gedaan. Het oordeel van de rechter:
Tegenstrijdigheid
“Tussen partijen is niet in geschil dat de aanbestedingsstukken (althans bij oppervlakkige lezing) een tegenstrijdigheid bevatten ten aanzien van de eis omtrent het bezit van een ISO 27001-certificaat. In § 6.2.2 van het aanbestedingsdocument is een uitgewerkt stelsel opgenomen waarin is bepaald dat de inschrijver bij inschrijving dient te beschikken over een ISO-certificaat of gelijkwaardig, maar tevens is expliciet vermeld dat het ontbreken daarvan bij gunning niet tot uitsluiting leidt en dat in dat geval een beschrijving van de informatiebeveiliging dient te worden overgelegd. In het PvE is daarentegen in tabelvorm vermeld dat het niet bezitten van het certificaat een knock-outcriterium betreft.”
Samenhangende gedragslijn
“Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dient in dit geval bij de uitleg van de aanbestedingsstukken het zwaartepunt te worden gelegd bij § 6.2.2 van het aanbestedingsdocument. Die bepaling bevat een inhoudelijk uitgewerkt regime: zij beschrijft niet alleen de norm (ISO 27001 of gelijkwaardig), maar ook de wijze waarop de aanbestedende dienst zich voorstelt met het ontbreken daarvan om te gaan, inclusief het expliciete rechtsgevolg dat dit niet tot uitsluiting leidt. Het betreft daarmee een samenhangende gedragslijn die de aanbestedende dienst voor de gunningsfase heeft geformuleerd.”
Knock-out-criterium
“Daartegenover staat de aanduiding in het PvE, waarin het ontbreken van het certificaat als knock-outcriterium is aangemerkt. Die vermelding betreft een enkelvoudige kwalificatie zonder nadere toelichting, terwijl in § 6.2.2 van het aanbestedingsdocument juist uitdrukkelijk een afwijkend rechtsgevolg is geformuleerd. Onder deze omstandigheden kan niet worden uitgesloten dat de kwalificatie in de tabel berust op een niet (volledig) verwijderde standaardformulering. Een redelijk geïnformeerde inschrijver kon, gelet op de expliciete nuancering in § 6.2.2, in elk geval begrijpen dat (er sterke aanwijzing waren dat) de aanbestedende dienst voor ogen had dat het ontbreken van het certificaat niet zonder meer tot uitsluiting zou leiden.”
Beroep op rechtsverwerking niet onredelijk
“Dat betekent dat de aanbestedingsstukken op dit punt geen ondubbelzinnige uitsluitingsgrond bevatten. Uitsluiting is een verstrekkende maatregel en vergt een duidelijke en eenduidige grondslag. Die ontbreekt hier. Voor zover Mic-O-Data met een beroep op § 4.8. van het aanbestedingsdocument1 betoogt dat het TWS was die de tegenstrijdigheid vóór inschrijving had moeten opmerken, volgt de voorzieningenrechter haar daarin niet. Het is immers niet TWS die nu een beroep doet op de tegenstrijdigheid, maar Mic-O-Data. TWS, de winnende inschrijver, heeft ingeschreven in overeenstemming met een lezing van de stukken die steun vindt in § 6.2.2 van het Aanbestedingsdocument en heeft daarmee de aanbestedingsstukken gelezen overeenkomstig het hiervoor omschreven zwaartepunt. Mic-O-Data fundeert haar bezwaar tegen de niet-uitsluiting op een tegenstrijdigheid die zijzelf eerder had kunnen opmerken. Het door Stadswerk gedane beroep op rechtsverwerking is dan ook niet onredelijk.”
Betrokkenheid bij de totstandkoming van de aanbesteding?
“Tenslotte heeft Mic-O-Data gesteld dat de inschrijving van TWS uitgesloten had moeten worden omdat zij betrokken is geweest bij de derde, succesvolle, pilot die Stadswerk voorafgaand aan de aanbesteding heeft doen uitvoeren en dat zij dus betrokken is geweest bij de totstandkoming van de aanbesteding. Mic-O-Data heeft hierbij gesteld dat het niet anders kan dan dat informatie die Stadswerk heeft verkregen over onder meer de exploitatiekosten afkomstig moet zijn van TWS. Deze stelling is door Stadswerk gemotiveerd weersproken met haar uitleg over de gang van zaken rondom de pilot. In het licht van die betwisting had Mic-O-Data haar stelling dat TWS Stadswerk heeft geadviseerd bij de voorbereiding van de aanbesteding nader moeten onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan en een enkel vermoeden is onvoldoende. Ook aan deze stelling van Mic-O-Data wordt daarom voorbij gegaan.”
De conclusie is dat er geen grond bestaat om Stadswerk te veroordelen de inschrijving van TWS buiten beschouwing te laten
VdLC publishers/consultants BV, 4 maart 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl