Stelling over ‘wegkapen’ van aanbestedingen niet door de rechter gevolgd (week 1)
Concurrentiegevoelige informatie
[eiseres] was sinds 1 februari 2022 in dienst bij [gedaagde]. Op 1 november 2025 heeft zij de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] opgezegd omdat zij per 1 december 2025 bij [bedrijf 1] B.V. bij het filiaal [locatie] in dienst zou treden. Zowel [gedaagde] als [bedrijf 1] doen mee aan de aanbestedingen voor nieuwbouwprojecten, waarmee een groot deel van de omzet wordt verdiend. De stelling van [gedaagde] dat [eiseres] met informatie naar de concurrent kan stappen die daar vervolgens aanbestedingen mee kan ‘wegkapen’ van [gedaagde] , volgt de rechter niet. [eiseres] is gebonden aan een geheimhoudingsbeding waarvan zij heeft laten weten zich daaraan te houden. [eiseres] wordt door het concurrentiebeding onredelijk benadeeld en mag in dienst treden bij [bedrijf 1] (ECLI:NL:RBMNE:2025:7046, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 18 december 2025, Datum publicatie 2 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
[eiseres] was sinds 1 februari 2022 in dienst bij [gedaagde]. Op 1 november 2025 heeft zij de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] opgezegd omdat zij per 1 december 2025 bij [bedrijf 1] B.V. bij het filiaal [locatie] in dienst zou treden. Volgens het tussen partijen geldende concurrentiebeding is dit niet toegestaan. [eiseres] vordert schorsing van dat beding, omdat zij stelt niet over relevante en gevoelige informatie te beschikken die zij kan meenemen naar de concurrent. [gedaagde] stelt dat dat [bedrijf 1] als één van de weinigen in deze branche met [gedaagde] concurreert op projecten op de nieuwbouwmarkt. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] concurrentiegevoelige informatie over aanbestedingen op nieuwbouwprojecten die het bedrijfsdebiet van [gedaagde] in gevaar brengt en daarom moet het concurrentiebeding worden gehandhaafd. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] toe en schorst het concurrentiebeding. Het oordeel van de rechter:
Aanbestedingen nieuwbouwwoningen
“Zowel [gedaagde] als [bedrijf 1] begeven zich op de nieuwbouw projectenmarkt in Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland. [gedaagde] doet dat met het Nederlandse merk Siematic en [onderneming] doet dat via [bedrijf 1] met het Duitse merk LEICHT. Volgens [gedaagde] concurreren naast [bedrijf 1] slechts drie andere partijen met haar op de nieuwbouw projectenmarkt ( [bedrijf 5], [bedrijf 6] en [bedrijf 7] ). Ten aanzien van deze concurrenten vindt [gedaagde] het van belang dat het concurrentiebeding gehandhaafd wordt. In deze markt worden vaak verschillende aanbestedingen uitgezet voor delen van een nieuwbouwproject, zoals de keuken die bij de nieuwbouwwoning wordt geleverd. Zowel [gedaagde] als [bedrijf 1] doen mee aan de aanbestedingen voor deze projecten, waarmee een groot deel van de omzet wordt verdiend. Dit is voor [gedaagde] de belangrijkste reden om [eiseres] aan het concurrentiebeding te houden. Als [eiseres] bij een gewone keukenspeciaalzaak (die niet opereert op de nieuwbouwmarkt maar strikt gezien wel onder het concurrentiebeding valt) aan de slag zou gaan, zou [gedaagde] het concurrentiebeding niet hebben gehandhaafd, zo stelt zij. [eiseres] heeft geen concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn voor het verkrijgen van aanbestedingen bij nieuwbouwprojecten.”
Concurrentiegevoelige informatie
“Het belang van [gedaagde] bij handhaving van het concurrentiebeding is dus dat zij niet wil dat concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn op het winnen van een aanbesteding bij een nieuwbouwproject in handen van de concurrent komt. Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] een vertrouwelijk document overgelegd, waar de kantonrechter vervolgens met partijen over heeft gesproken. Dit document dient als voorbeeld van de concurrentiegevoelige informatie waar [eiseres] vanuit [gedaagde] toegang tot kreeg voor klanten die binnenkwamen via een nieuwbouwproject. Volgens [gedaagde] kan deze informatie haar bedrijfsdebiet aantasten als die in handen van de concurrent komt. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat [eiseres] over specifieke concurrentiegevoelige gegevens beschikt die van invloed kunnen zijn op het al dan niet winnen van een aanbesteding. Een deel van de informatie uit dit document wordt ook aan particulieren gegeven wanneer een particulier bij [gedaagde] een keuken wil aanschaffen en is dus makkelijk te achterhalen. De laatste pagina van het document is volgens [gedaagde] het meest concurrentiegevoelig qua informatie en deze informatie wordt ook niet gedeeld met particulieren. Hierop staat het percentage aan provisie dat de projectontwikkelaar krijgt over verkochte keukens, welke diensten er op projectniveau worden geleverd (bijvoorbeeld of er een waardecheque, gratis leidingwerk of een gratis artikel wordt aangeboden als men kiest voor een keuken van [gedaagde] ) en of er korting wordt gegeven op de basiskeuken of apparatuur. Daarnaast had [eiseres] ook rechtstreeks contact met de contactpersonen van de projectontwikkelaars.”
Geen sprake van ‘wegkapen’ van aanbestedingen
“Omdat [eiseres] niet weet op basis waarvan [gedaagde] de keuzes maakt om bepaalde diensten en kortingen al dan niet aan te bieden, beschikt zij naar het oordeel van de kantonrechter niet over concurrentiegevoelige informatie die van invloed kan zijn op het winnen van nieuwe aanbestedingen op de nieuwbouwmarkt. Hooguit heeft [eiseres] concurrentiegevoelige informatie over al bestaande, afgeronde specifieke nieuwbouwprojecten, maar dit is voor [gedaagde] niet de reden voor handhaving van het concurrentiebeding. De stelling van [gedaagde] dat [eiseres] met deze informatie naar de concurrent kan stappen die daar vervolgens aanbestedingen mee kan ‘wegkapen’ van [gedaagde] , volgt de kantonrechter op basis van het voorgaande niet. Bovendien is [eiseres] gebonden aan een geheimhoudingsbeding dat het bedrijfsdebiet van [gedaagde] beschermt en waarvan zij heeft laten weten zich daaraan te houden.”
[eiseres] wordt door het concurrentiebeding onredelijk benadeeld en mag in dienst treden bij [bedrijf 1]
VdLC publishers/consultants BV, 7 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl