Verlenging raamovereenkomst niet kenbaar gemaakt (week 2)
Raamovereenkomst
Deze zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Gemeente Schagen over het niet verlengen van een raamovereenkomst voor werkzaamheden die [eiser] uitvoert aan de bestrating. De rechter concludeert dat de raamovereenkomst niet is verlengd voor het jaar 2026. De gestelde mondelinge toezegging, als deze zou zijn gedaan, is daarvoor niet voldoende. De raamovereenkomst schrijft immers voor dat een besluit tot verlenging 3 maanden voor het verstrijken van de actieve looptijd schriftelijk aan de aannemer kenbaar moet worden gemaakt. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan heeft de Gemeente schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij de raamovereenkomst niet gaat verlengen. Alleen al om deze reden kan de vordering de Gemeente te gebieden de raamovereenkomst na te komen tot 31 december 2026 niet worden toegewezen. (ECLI:NL:RBNHO:2025:14647, Rechtbank Noord-Holland, Datum uitspraak 16 december 2025, Datum publicatie 9 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
Deze zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Gemeente Schagen over het niet verlengen van de raamovereenkomst voor werkzaamheden die [eiser] op grond van de raamovereenkomst uitvoert aan de bestrating binnen de gemeente Schagen, die tussen hen tot stand is gekomen naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure. Volgens [eiser] heeft de Gemeente in maart 2025 het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de overeenkomst nog een keer zou worden verlengd tot eind 2026. Door in september 2025 zonder motivering mee te delen dat de Gemeente de raamovereenkomst niet verlengt, heeft zij in strijd gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voor het geval de vordering tot nakoming van de raamovereenkomst wordt afgewezen, moet de Gemeente [eiser] als zittende contractant uitnodigen als zij een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure houdt. De Gemeente heeft een en ander gemotiveerd betwist. De vorderingen worden afgewezen. Het oordeel van de rechter:
Mondelinge toezegging
“Vast staat dat de raamovereenkomst niet is verlengd voor het jaar 2026. De gestelde mondelinge toezegging, als deze zou zijn gedaan, is daarvoor niet voldoende. De raamovereenkomst schrijft immers voor dat een besluit tot verlenging 3 maanden voor het verstrijken van de actieve looptijd schriftelijk aan de aannemer kenbaar moet worden gemaakt. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan heeft de Gemeente schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij de raamovereenkomst niet gaat verlengen. Alleen al om deze reden kan de vordering de Gemeente te gebieden de raamovereenkomst na te komen tot 31 december 2026 niet worden toegewezen.”
Verlenging raamovereenkomst verhoudt zich niet tot het aanbestedingsrecht
“[eiser] vordert ook dat de Gemeente haar besluit om de raamovereenkomst niet te verlengen moet intrekken. De voorzieningenrechter begrijpt de vordering zo dat op de intrekking van dat besluit dan een verlenging van de raamovereenkomst tot 31 december 2026 zou moeten volgen. Ook die vordering kan niet worden toegewezen. [eiser] stelt namelijk in de dagvaarding dat in de raamovereenkomst geen maximumhoeveelheid en maximumwaarde is opgenomen voor de opdrachten die onder de raamovereenkomst kunnen worden verstrekt. Die stelling is juist. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat deze maximumhoeveelheid of -waarde wel uit andere aanbestedingsstukken kunnen worden afgeleid. Dit betekent dat de raamovereenkomst niet voldoet aan de eisen die daaraan op grond van het aanbestedingsrecht moeten worden gesteld. De beginselen van transparantie en gelijke behandeling van de ondernemers die interesse hebben in de sluiting van de raamovereenkomst, zoals deze beginselen met name in artikel 18, lid 1, van richtlijn 2014/24 zijn neergelegd, zouden immers in het gedrang komen indien de aanbestedende dienst de maximumwaarde of -hoeveelheid waarop de raamovereenkomst betrekking heeft, niet vermeldt. Ook om die reden kan de Gemeente niet worden geboden om de raamovereenkomst tot 31 december 2026 na te komen en/of om haar besluit om de raamovereenkomst niet te verlengen in te trekken met het doel om de (ongeldige) raamovereenkomst nog met een jaar te verlengen.
Maximumhoeveelheid en -waarde
Ook als de maximumhoeveelheid en -waarde voldoende zouden kunnen worden afgeleid uit het antwoord op de vraag naar de omvang van de deelopdrachten en de globale waarde in de Nota van Inlichtingen, leidt dit niet tot een ander oordeel. In dat geval zou voor de gehele raamovereenkomst immers moeten worden uitgegaan van een globale waarde van 900.000 euro (4 x 225.000 euro), terwijl de Gemeente onbetwist heeft aangevoerd dat zij in de contractperiode ruim 2,3 miljoen euro aan [eiser] heeft betaald. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat in dat geval de raamovereenkomst geen effect meer sorteert en daarom ook niet meer verlengd kan worden. Weliswaar heeft [eiser] ter zitting verklaard dat in genoemd bedrag ook opdrachten zitten die buiten de scope van de raamovereenkomst vallen, maar zij heeft niet gesteld dat dit financieel gezien het grootste deel van haar werkzaamheden betrof en dat vindt de voorzieningenrechter gelet op het ter zitting benadrukte belang bij verlenging van de raamovereenkomst ook niet aannemelijk.”
Uit het voorgaande volgt dat in deze procedure in het midden kan blijven of aan [eiser] namens de Gemeente een rechtsgeldige toezegging is gedaan dat de raamovereenkomst met nog een jaar zou worden verlengd.
VdLC publishers/consultants BV, 14 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl