Vertraging bij ABDO-screening geen wezenlijke wijziging (week 15)
Wezenlijke wijziging | ABDO-autorisatie
TNO heeft Jacobs Douwe Egberts (JDE) per 1 juli 2025 een overeenkomst voor warme en koude dranken laten uitvoeren voor opdrachten op locaties van het Ministerie van Defensie. JDE had de ABDO-autorisatie per 1 juli 2025 nog niet verkregen door vertragende omstandigheden in de sfeer van de MIVD. TNO heeft JDE per 1 juli 2025 de overeenkomst laten uitvoeren in die zin dat werd afgesproken dat JDE tijdelijk onder begeleiding toegang zou krijgen tot de ABDO-locaties. TNO en JDE stellen dat de opdracht ook zonder nieuwe aanbesteding kon worden gewijzigd omdat de behoefte aan wijziging het gevolg is geweest van omstandigheden die een zorgvuldig aanbestedende dienst niet kon voorzien. De rechter is dat met TNO en JDE eens. (ECLI:NL:RBDHA:2026:6640, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 25 maart 2026, Datum publicatie 7 april 2026)
Feiten en omstandigheden
TNO heeft een Europese aanbestedingsprocedure conform deel 2 van de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) georganiseerd voor de opdracht tot de levering met dienstverlening van warme- en koude drankenvoorzieningen op de locaties van TNO per 1 juli 2025. In de aanbestedingsleidraad is opgenomen dat de definitieve gunning zal plaatsvinden onder de (opschortende) voorwaarde dat opdrachtnemer beschikt over een zogenaamde Algemene Beveiligingseisen voor Defensie Opdrachten (ABDO-)autorisatie. De uitkomst van de aanbestedingsprocedure is geweest dat JDE op de eerste plaats is geëindigd en Maas op de tweede plaats. TNO heeft daarop een overeenkomst met JDE gesloten waarbij de opdracht aan JDE is verleend. Een ABDO-autorisatie wordt verleend op basis van toetsing door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). JDE had de ABDO-autorisatie per 1 juli 2025 nog niet verkregen door vertragende omstandigheden in de sfeer van de MIVD. TNO heeft JDE per 1 juli 2025 de overeenkomst laten uitvoeren, met aanpassing van de overeenkomst in die zin dat werd afgesproken dat JDE tijdelijk onder begeleiding toegang zou krijgen tot de ABDO-locaties en dat de overeenkomst zou worden ontbonden als JDE de ABDO-autorisatie niet zou verkrijgen. Volgens Maas is hiermee sprake van een wezenlijke wijziging van de opdracht en dus de facto van een nieuwe overheidsopdracht die opnieuw had moeten worden aanbesteed, is de gewijzigde overeenkomst vernietigbaar op grond van artikel 4.15 lid 1 sub a Aw 2012 en is TNO schadeplichtig jegens haar op grond van onrechtmatige daad. De rechter zegt:
Geen wezenlijke wijziging
“Maas heeft ook betoogd dat sprake is van een wezenlijke wijziging als bedoeld in artikel 2.163g lid 3 sub b Aw 2012, omdat de wijziging het economische evenwicht van de overheidsopdracht ten gunste van JDE heeft veranderd op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke overheidsopdracht. Volgens Maas geldt namelijk dat JDE in de huidige situatie hangende de uitvoering van de opdracht een onbepaalde hoeveelheid extra tijd heeft gekregen om de ‘ABDO-certificering’ te behalen. De rechtbank ziet ook dit anders. JDE heeft er terecht op gewezen dat zij geen invloed kon uitoefenen op het moment waarop MIVD de screening zou uitvoeren. JDE voldeed reeds aan de voorwaarden voor ABDO 2019, het enige dat ontbrak was de vereiste screening door de MIVD. Verder is gesteld noch gebleken dat JDE na de gunning inspanningen heeft moeten verrichten om aan de ABDO 2019 te voldoen. Ook in zoverre heeft JDE dus geen financieel voordeel gehad van de wijziging. TNO en JDE hebben verder naar het oordeel van de rechtbank terecht aangevoerd dat voor zover het economisch evenwicht door de wijziging van de overeenkomst al is veranderd, dat veeleer ten nadele van JDE is geweest. JDE heeft namelijk de investeringen voor het uitvoeren van de opdracht al moeten doen voordat zij zekerheid had over de ABDO-autorisatie. De conclusie luidt dat de wijziging van de Overeenkomst niet wezenlijk was en daarom heeft mogen plaatsvinden zonder nieuwe aanbestedingsprocedure.”
Capaciteitsproblemen bij de MIVD
“TNO en JDE hebben verder betoogd dat de opdracht ook zonder nieuwe aanbesteding kon worden gewijzigd omdat de behoefte aan wijziging het gevolg is geweest van omstandigheden die een zorgvuldig aanbestedende dienst niet kon voorzien. De wijziging is doorgevoerd als gevolg van de onvoorzienbare vertraging bij de MIVD bij het screeningproces. De rechtbank is ook dat met TNO en JDE eens. Maas heeft geen concrete omstandigheden gesteld noch is anderszins gebleken dat TNO of JDE enig invloed hadden kunnen uitvoeren op deze vertraging. De behoefte aan de wijziging van de opdracht is uitsluitend het gevolg geweest van de omstandigheid dat de MIVD vanaf de gunning in maart 2025 een aantal maanden niet de capaciteit had om de screening voor de ABDO-autorisatie uit te voeren. Als gevolg daarvan was het voor geen enkele inschrijver mogelijk geweest de ABDO-autorisatie per 1 juli 2025 te verkrijgen. De rechtbank ziet geen aanknopingspunt voor het oordeel dat TNO dit heeft kunnen voorzien. Maas heeft ook niet gewezen op eerdere situaties waarin een ABDO-autorisatie duidelijke vertraging opliep door capaciteitsproblemen bij de MIVD. Verder is de opdracht inhoudelijk niet gewijzigd, niet wat betreft de overeengekomen leveringen en diensten en evenmin wat betreft de prijs. De conclusie luidt dat, zelfs als de wijziging van de Overeenkomst als wezenlijk had kunnen worden aangemerkt, die wijziging kon plaatsvinden zonder nieuwe aanbestedingsprocedure, op grond van artikel 2.163e Aw 2012.
Gezien het voorgaande is er geen grond om de Overeenkomst nietig te verklaren of om te verbieden de Overeenkomst uit te voeren. TNO heeft ook het transparantiebeginsel en gelijkheidsbeginsel niet geschonden, en geen onrechtmatige daad jegens Maas gepleegd. De vorderingen van Maas worden dan ook afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 15 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl