Vordering tot terugbetaling koopsom slaagt niet (week 1)
Programma van eisen
De Universiteit Maastricht heeft eind 2021 een aanbesteding uitgeschreven voor de aanschaf van een granulatie-extruder. Op 9 en 10 december 2021 hebben de Universiteit Maastricht en Obinion een overeenkomst ondertekend. Op 15 februari 2023 heeft de Universiteit Maastricht Obinion medegedeeld dat de machine niet aan de gestelde vereisten voldoet. De Universiteit Maastricht vordert dat de rechtbank Obinion veroordeelt tot betaling van een bedrag van 141.243,30 euro. De conclusie van de rechter luidt dat de vordering van de Universiteit Maastricht om Obinion te veroordelen tot (terug)betaling van de (betaalde) koopsom van de machine niet slaagt. (ECLI:NL:RBLIM:2025:12693, Rechtbank Limburg, Datum uitspraak 27 augustus 2025, Datum publicatie 2 januari 2026)
Feiten en omstandigheden
De Universiteit Maastricht heeft eind 2021 een aanbesteding uitgeschreven voor de aanschaf van een granulatie-extruder. Op 9 en 10 december 2021 hebben de Universiteit Maastricht en Obinion een overeenkomst ondertekend (hierna: de koopovereenkomst). De koopovereenkomst had betrekking op de koop van een granulatie-extruder van het merk Polystar. De koopprijs van de machine bedroeg 129.700 euro (exclusief btw) en zou conform artikel 4.3 van de koopovereenkomst in drie tranches worden voldaan, namelijk 30% bij de bestelling, 60% voorafgaand aan de verzending en 10% na levering en acceptatie. De machine is op of omstreeks 15 november 2022 bij de Universiteit Maastricht geleverd. De Universiteit Maastricht heeft 30% en 60% van de koopsom betaald. Bij brief van 15 februari 2023 heeft de Universiteit Maastricht Obinion medegedeeld dat de machine niet aan de gestelde vereisten voldoet. De Universiteit Maastricht vordert dat de rechtbank Obinion veroordeelt aan de Universiteit Maastricht te voldoen een bedrag van 141.243,30 euro.
Het oordeel van de rechter:
Programma van eisen
“De Universiteit Maastricht kan op basis van het Programma van Eisen niet verlangen dat de machine ook andere mix materialen dan de mix ABS/PC moet kunnen verwerken. Dat de machine dit niet kan, is daarom geen tekortkoming. Daartoe is het volgende redengevend. Vooropgesteld moet worden dat de Universiteit Maastricht de machine heeft aanbesteed, waardoor het aan de Universiteit Maastricht was om de aan de machine gestelde eisen in (onder andere) artikel 1.6.7. van de Programma van Eisen eenduidig te maken. Als het van meet af aan duidelijk was geweest dat alle genoemde materialen in een mix kunnen zitten, had de Universiteit Maastricht dat moeten noemen en niet enkel de mix ABS/PC. De omstandigheid dat Obinion over het Programma van Eisen geen vragen heeft gesteld aan de Universiteit Maastricht doet aan het voorgaande niets af. Uit het voorgaande volgt immers al dat de Universiteit Maastricht haar werkelijke eisen niet duidelijk heeft gemaakt in het Programma van Eisen. Obinion kon de werkelijke eisen niet vermoeden, terwijl de geformuleerde eisen op zichzelf duidelijk zijn. Daarom had Obinion geen aanleiding om vragen te stellen aan de Universiteit Maastricht.”
Vaststellingsovereenkomst
“Bovendien heeft de Universiteit Maastricht gesteld in (het bij de feiten geciteerde deel van) artikel 1.1. van de vaststellingsovereenkomst te hebben willen verduidelijken wat zij altijd al bedoeld had. Als dat zo evident was geweest, was de vaststellingsovereenkomst niet nodig geweest. Bij deze stand van zaken heeft te gelden dat de Universiteit Maastricht Obinion achteraf heeft willen verbinden aan een resultaat dat (eveneens achteraf) technisch onmogelijk blijkt. Dat Obinion daar pas na het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst achter is gekomen, ligt aan de onduidelijkheid die er tot dat moment – ondanks de vaststellingsovereenkomst – over is blijven voortbestaan. Niet weersproken is immers dat Obinion het Programma van Eisen aan leverancier Polystar heeft voorgelegd, dat Polystar akkoord heeft gegeven dat de materialen verwerkt konden worden, op basis waarvan Obinion heeft ingeschreven. Het was voor zowel Polystar als voor Obinion al die tijd onduidelijk dat de machine ook gemengd materiaal (anders dan ABS/PC) moest kunnen verwerken, terwijl Obinion vooraf wel op adequate wijze informatie heeft ingewonnen.”
Ter zake deskundige
Aan de andere kant heeft de Universiteit Maastricht te gelden als de ter zake deskundige, die voorafgaand aan de aanbesteding marktonderzoek heeft verricht om de eisen voor de aanbesteding duidelijk te krijgen. De Universiteit Maastricht is degene die wist wat mogelijk was en op wiens weg het lag om daar helder over te zijn. Die onduidelijkheid in deze omstandigheden voor rekening van Obinion te laten komen, zou in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn. Ook om die reden kan de Universiteit Maastricht de koop- en/of vaststellingsovereenkomst niet ontbinden.
Zonder ontbinding ontstaat geen ongedaanmakingsverbintenis. De conclusie luidt dan ook dat de vordering van de Universiteit Maastricht om Obinion te veroordelen tot (terug)betaling van de (betaalde) koopsom van de machine niet slaagt.
VdLC publishers/consultants BV, 7 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl