Aanbestedende dienst had geen verplichting tot bieden van herstelmogelijkheid (week 13)
UEA | herstel kleine fout
Boston heeft ingeschreven op een aanbesteding van het Radboud Universitair Medisch Centrum. De Inschrijving van Boston wordt uitgesloten omdat de UEA ondertekend dient te zijn door de persoon die conform het Handelsregister vertegenwoordigingsbevoegd is. De rechter zegt dat de digitale ondertekening van het UEA niet gelijkwaardig is aan de eis die Radboud op dit onderdeel aan de wijze van ondertekening van het UEA heeft gesteld. Boston stelt nog dat een aanbestedende dienst gehouden kan zijn een herstel- of aanvulmogelijkheid van een niet volledig ingevuld UEA te bieden en dat het uitblijven daarvan neerkomt op excessief formalisme. Dat Radboud zich daaraan in dit concrete geval schuldig maakt, acht de rechter echter niet aannemelijk. (ECLI:NL:RBGEL:2026:1581, Rechtbank Gelderland, Datum uitspraak 3 februari 2026, Datum publicatie 26 maart 2026)
Feiten en omstandigheden
Radboud Universitair Medisch Centrum heeft een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor de levering van Drug Eluting Stents (DES), ballonkatheters en guidewires ten behoeve van de afdeling Cardiologie. Uit de Aanbestedingsleidraad volgt dat de opdracht is verdeeld in 3 percelen; (i) DES, (ii) ballonkatheters en (iii) guidewires.
Boston heeft, naast een aantal overige ondernemers, op perceel 1 en 3 van de opdracht ingeschreven. Het UEA is namens Boston ondertekend door [medewerker Boston].
De beoordelingscommissie van het Radboud heeft haar voorlopige gunningsbeslissing aan Boston kenbaar gemaakt. Deze brief vermeldt o.a.:
Tijdens de beoordelingsprocedure is gebleken dat uw organisatie geen rechtsgeldige Inschrijving heeft gedaan en daarom terzijde is gelegd. De Inschrijving is niet rechtsgeldig omdat de UEA ondertekend dient te zijn door de persoon die conform het Handelsregister vertegenwoordigingsbevoegd is.
Bij brief van 4 november 2025 aan Radboud is namens Boston bezwaar gemaakt tegen de uitsluiting van haar inschrijving en heeft zij verzocht om heroverweging van die beslissing.
Tussen partijen is hierover verder gecorrespondeerd tijdens een telefoongesprek dat heeft plaatsgevonden op 3 november 2025 en bij brieven van 7 november 2025, 12 november 2025 en 13 november 2025. Dit heeft er uiteindelijk niet toe geleid dat Radboud is teruggekomen op haar beslissing om de inschrijving van Boston uit te sluiten. Boston is vervolgens binnen de standstill termijn het onderhavige kort geding gestart.
Op 23 december 2025 heeft Radboud onder meer het volgende aan Boston bericht:
“Tegen de afwijzingsbeslissing d.d. 31 oktober jl. voor de percelen 1 en 3 in het kader van de Europese aanbesteding DES, ballonkatheters en guidewires is Boston Scientific opgekomen door het aanhangig maken van een kort geding. In de dagvaarding wordt gesuggereerd dat Boston Scientific belang zou hebben omdat bij het wegnemen van de afwijzingsgrond zij voor gunning in aanmerking zou komen. Dat is echter niet het geval.”
Boston heeft Radboud in reactie daarop bij brief van 30 december 2025 gevraagd om een toelichting waarom Radboud eerst op dat moment een nieuwe reden voor ongeldigverklaring van haar inschrijving naar voren bracht. Verder heeft Boston verzocht om toezending van de door de betrokken beoordelaars ingevulde beoordelingsformulieren en een nadere, schriftelijke toelichting op de door Radboud gestelde testbeperking ten aanzien van perceel 1.
Boston vordert Radboud te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 31 oktober 2025 voor perceel 1 en perceel 3 binnen 48 uur na het wijzen van dit vonnis in te trekken.
Het oordeel van de rechter:
Beperkte volmacht
“Anders dan Boston stelt, komt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel enkel de naam [medewerker Boston] voor, waarbij slechts staat vermeld dat hij een beperkte volmacht heeft. Uit deze informatie volgt niet dat [medewerker Boston] op dat moment (statutair of zelfstandig) vertegenwoordigingsbevoegd was om namens Boston het UEA te ondertekenen. Zelfs als Radboud was gehouden het handelsregister zelf te raadplegen, dan was daarmee de benodigde informatie niet bekend geworden. Dat de volmacht waaruit die informatie volgens Boston wel blijkt op een later moment, te weten 12 november 2025, alsnog is overgelegd, brengt geen verandering in de omstandigheid dat aan dit vereiste op het moment van inschrijving niet was voldaan.”
Digitale ondertekening niet gelijkwaardig
“Hoewel Boston moet worden nagegeven dat de gegevens betreffende het geslacht, de naam en de functie van [medewerker Boston] op zichzelf niet bij de ondertekening zijn genoemd maar wel direct uit de inhoud van het UEA en de Verklaring aanvaarding hoofdelijke aansprakelijkheid kunnen worden afgeleid, blijft overeind dat zij door het weglaten van deze gegevens formeel gezien niet aan dit vereiste heeft voldaan. Ditzelfde geldt ten slotte ook voor het derde vereiste waaraan in het kader van de ondertekening van de UEA moest worden voldaan. Boston heeft immers erkend dat zij het UEA niet heeft uitgedraaid, ondertekend en ingescand voor verzending. In plaats daarvan is het UEA namens Boston op een digitale wijze ondertekend. Dat de namens Boston geplaatste handtekening gelijkwaardig is aan de door Radboud voorgeschreven ondertekeningswijze en daarmee rechtsgeldig, zodat Radboud deze alternatieve wijze van ondertekenen daarom (ook) zou moeten accepteren, acht de voorzieningenrechter niet, althans onvoldoende aannemelijk geworden. Radboud heeft in dat verband toegelicht dat zij niet, zoals Boston stelt, enkel een digitaal gekwalificeerde handtekening als gelijkwaardig accepteert, maar dat aan de wijze van digitale ondertekening wel een bepaalde waarde moet kunnen worden toegekend. Radboud heeft in het kader van de onderhavige kort gedingprocedure voldoende aannemelijk gemaakt dat de handtekening die namens Boston onder het UEA is geplaatst daaraan niet voldoet. Op dit moment moet het ervoor worden gehouden dat de ondertekening van het UEA door [medewerker Boston] bestaat uit zijn getypte naam, die op enigerlei wijze onder het document is ‘geplakt’. Geconstateerd moet worden dat die ondertekening in ieder geval verschilt van de wijze waarop de Verklaring aanvaarding hoofdelijke aansprakelijkheid namens [medewerker Boston] is ondertekend. Enige mogelijkheid tot verificatie van deze wijze van ondertekening van het UEA ontbreekt. Daarom kan, zoals Radboud terecht aanvoert, niet worden geverifieerd dat het UEA werkelijk door [medewerker Boston] als vertegenwoordigingsbevoegde van Boston is ondertekend. Dit leidt tot het voorshandse oordeel dat de digitale ondertekening van het UEA zoals Boston die heeft vormgegeven niet gelijkwaardig is aan de eis die Radboud op dit onderdeel aan de wijze van ondertekening van het UEA heeft gesteld en door Radboud had moeten worden geaccepteerd.”
Eenvoudig herstel
“Boston stelt dat met inachtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel en binnen de grenzen van de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie, een aanbestedende dienst gehouden kan zijn een herstel- of aanvulmogelijkheid van een niet volledig ingevuld UEA te bieden en het uitblijven daarvan neerkomt op excessief formalisme. Dat Radboud zich daaraan in dit concrete geval schuldig maakt, acht de voorzieningenrechter echter niet aannemelijk. Voor een aanbestedende dienst bestaat geen verplichting tot het bieden van een herstelmogelijkheid. Er is alleen sprake van een bevoegdheid om herstel toe te staan. Die bevoegdheid gaat echter niet zover dat ook een herstelmogelijkheid mag worden geboden voor stukken die op straffe van uitsluiting moeten worden verstrekt. Anders dan Boston meent, levert de niet op de juiste wijze ingediende inschrijving in dit geval een fundamenteel gebrek op, waarop uitsluiting volgt en dat zich niet leent voor herstel.”
VdLC publishers/consultants BV, 2 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl