Beoordelingscommissie is niet buiten beoordelingskader getreden (week 19)
Beoordeling van de kwaliteit | afwijkende inschrijfprijs
Stedin heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor ontvangst- en beveiligingsdienstverlening. Volgens D&B is de inschrijving van D&B onjuist beoordeeld en heeft Stedin het gunningsvoornemen onvoldoende gemotiveerd. De rechter komt tot de conclusie dat de beoordelingscommissie niet buiten het beoordelingskader is getreden. Nadere verificatie van de inschrijfprijs is volgens de rechter ook niet nodig omdat de inschrijfprijs van Trigion dicht bij de inschrijfprijzen van de overige twee inschrijvers ligt en de inschrijfprijs van D&B daar als enige duidelijk bovenuit steekt. (ECLI:NL:RBROT:2026:4266, Rechtbank Rotterdam, Datum uitspraak 8 april 2026, datum publicatie 4 mei 2026)
Feiten en omstandigheden
Stedin heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het leveren van ontvangst- en beveiligingsdienstverlening (de Opdracht). Stedin heeft de Opdracht voorlopig gegund aan Trigion. D&B is het daar niet mee eens. Volgens D&B heeft Stedin het gunningsvoornemen (op ongeoorloofde wijze) aangevuld, heeft Stedin het gunningsvoornemen onvoldoende gemotiveerd, is de inschrijving van D&B onjuist beoordeeld althans is die beoordeling onvoldoende gemotiveerd en had Stedin de inschrijving van Trigion (nader) moeten verifiëren. Omdat al deze gebreken in de ogen van D&B niet kunnen worden hersteld zonder heraanbesteding, vordert D&B primair dat Stedin wordt geboden het gunningsvoornemen in te trekken, met verplichting tot een heraanbesteding voor zover Stedin de Opdracht nog wil gunnen. Het oordeel van de rechter:
Geen uitleg over ontbreken duidelijke toegevoegde waarde
“D&B stelt dat Stedin niet heeft uitgelegd waarom een duidelijke toegevoegde waarde van de inschrijving van D&B zou ontbreken en dat de motivering van het gunningsvoornemen alleen al daarom onnavolgbaar is. Uit wat hiervoor in 4.14. is overwogen, volgt echter dat het niet aan Stedin is om aan een inschrijver uit te leggen hoe de inschrijving van D&B duidelijke toegevoegde waarde had kunnen hebben. Stedin heeft haar inschrijving op dit punt als goed beoordeeld. De verlangde duidelijke toegevoegde waarde, die nodig was om ‘uitstekend’ te scoren op de subcriteria voor het gunningscriterium kwaliteit, kon naar eigen inzicht van de inschrijvers worden ingevuld. De inschrijvers konden daarmee laten zien dat zij de onderneming van Stedin en de Opdracht hebben begrepen, en zij konden laten zien net een stap extra te kunnen zetten ten opzichte van de vereisten van de Opdracht. Op dat punt is eigen initiatief en een eigen visie noodzakelijk. Het is niet aan Stedin om dit (achteraf) voor de inschrijvers in te vullen.”
Aantallen
“Voor wat betreft het standpunt van D&B dat de beoordelingscommissie ten onrechte heeft opgemerkt dat D&B geen concrete aantallen voor wat betreft de operationele inzet op de bemande locaties (zowel Security als Hospitality) heeft benoemd, merkt de voorzieningenrechter op dat uit de eis dat de inschrijving SMART moest worden uitgewerkt volgt dat de inschrijving Meetbaar moest zijn. Twee van de beoordelingsaspecten binnen subcriterium K2 zijn “Hoe wordt invulling gegeven aan het inrichten van de formatie, functie-invulling en de Single Point of Contact” en “Hoe gaat inschrijver om met flexibiliteit van al het in te zetten personeel”. Deze aspecten hebben (ook) te maken met aantallen en uren van in te zetten medewerkers. Niet in geschil is dat de inschrijving van D&B op dit punt meetbaarder was geweest als D&B de inzet van personeel had gekwantificeerd, ook al werd niet expliciet gevraagd om deze kwantificering. Daarbij doet niet ter zake dat die kwantificering elders (het prijzenblad) wel was gevraagd. De beoordelingscommissie is op dit punt dan ook niet buiten het beoordelingskader getreden.”
Nadere verificatie inschrijfprijs niet nodig
“De voorzieningenrechter stelt voorop dat het enkele feit dat sprake is van een (significant) prijsverschil tussen de inschrijvingen van D&B en Trigion onvoldoende is om tot de conclusie te dwingen dat Stedin de inschrijfprijs van Trigion (nader) had moeten verifiëren. Zeker als, zoals in dit geval, volgens de algemene mededelingen van Stedin op dit punt, de inschrijfprijs van Trigion dicht bij de inschrijfprijzen van de overige twee inschrijvers ligt en de inschrijfprijs van D&B daar als enige duidelijk bovenuit steekt. Dat is eerder een aanwijzing dat D&B haar inschrijfprijs relatief hoog heeft ingestoken. Ook de overige stellingen van D&B dwingen, mede in het licht van wat Stedin en Trigion daar tegenover hebben gesteld, niet tot een nadere verificatie van de inschrijfprijs van Trigion (of de andere inschrijvers). “
VdLC publishers/consultants BV, 13 mei 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl