Geen fundamentele gebreken bij aanbesteding inhuur ICT-professionals (week 14)
De beoordeling van de kwaliteit | motivering
Bij de Europese openbare aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-Professionals voor de Dienst Uitvoering Onderwijs en ODC-Noord van het Inkoop Uitvoering Centrum EZK vordert Between om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden. Between stelt zich op het standpunt gesteld dat in de gehele procedure sprake is van fundamentele gebreken. De rechter komt tot de slotsom dat de Derde Gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Er bestaat daarom geen aanleiding voor heraanbesteding, herbeoordeling of het opnieuw motiveren van de gunningsbeslissing. (ECLI:NL:RBDHA:2026:6328, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak20 maart 2026, Datum publicatie 3 april 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 3 mei 2024 heeft het Inkoop Uitvoering Centrum EZK (IUC-EZK) namens de Staat de aankondiging gedaan voor een Europese openbare aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-Professionals ten behoeve van de Dienst Uitvoering Onderwijs en ODC-Noord. Voor de aanbesteding hebben zich voor de uiterste inschrijftermijn van 2 juli 2024 vijftien partijen ingeschreven, onder wie Between en [tussengekomen partijen]. De Derde Gunningsbeslissing komt voor wat betreft de rangorde overeen met de Tweede Gunningsbeslissing, waardoor Between als negende is geëindigd met een totaalscore op het onderdeel kwaliteit van 670/900 punten. Na de Derde Gunningsbeslissing heeft er een toelichtend gesprek plaatsgevonden tussen het IUC-EZK en Between. Between vordert de Staat te gebieden om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden. Het oordeel van de rechter:
Fouten
“De vorderingen van Between zijn gebaseerd op haar stelling dat er ook in de Derde Gunningsbeslissing fouten zijn gemaakt in de beoordeling van PvB I en III. Daarnaast heeft zij zich op het standpunt gesteld dat in de gehele procedure sprake is van fundamentele gebreken die maken dat de aanbestedingsprocedure moet worden gestaakt. Between heeft hierbij onder meer gewezen op de gemaakte fouten, het tijdsverloop tussen de Eerste Gunningsbeslissing en de Tweede Gunningsbeslissing en de totale wijziging van de rangorde na de Eerste Gunningsbeslissing. Volgens Between kan het geen toeval zijn dat de klagende partijen na de Eerste Gunningsbeslissing in de Tweede Gunningsbeslissing ineens tot de winnende inschrijvers behoren, terwijl de nummer één van de Eerste Gunningsbeslissing en drie andere inschrijvers uit de top acht zijn verdwenen.”
Geen fundamentele gebreken
“Anders dan Between heeft betoogd, kan uit het verschil in de rangorde tussen de Eerste en de Tweede Gunningsbeslissing niet zonder meer worden afgeleid dat er fundamentele gebreken zijn. Aangezien de Staat erop heeft gewezen dat in de eerste beoordeling bij alle drie de Kwaliteitswensvragen fouten zijn gemaakt in de toepassing van het beoordelingskader en in de beoordeling zelf en de nieuwe beoordeling is gedaan door nieuwe beoordelingscommissies, is het niet verwonderlijk dat er aanmerkelijke verschillen zijn tussen de Eerste en de Tweede Gunningsbeslissing. De Staat heeft bovendien erop gewezen dat de scores van de vijftien inschrijvers dicht bij elkaar lagen, zodat een verschil in de beoordeling van een van de Kwaliteitswensvragen grote gevolgen kan hebben gehad in de uitkomst. Between heeft dit niet weersproken. Het enkele feit dat de inschrijvers die geklaagd hebben over de Eerste Gunningsbeslissing nu tot de winnende inschrijvers behoren, rechtvaardigt niet de conclusie dat sprake is van een fundamenteel gebrek.”
Sterke overeenkomsten
“Hoewel de voorzieningenrechter het begrijpelijk acht dat de sterke overeenkomsten tussen de Tweede en de Derde Gunningsbeslissing – waarbij de rangorde ongewijzigd is en in de motivering slechts één zin is toegevoegd – vragen oproepen over de wijze waarop de herbeoordeling heeft plaatsgevonden, is er geen grond om te twijfelen aan de verklaring van de Staat dat er – op basis van de eerdere bevindingen – een integrale herbeoordeling heeft plaatsgevonden. In dit verband is van belang dat de relevantie van de vragen slechts een beperkt onderdeel vormen van het beoordelingskader. Mogelijk hadden de beoordelingscommissies er beter aan gedaan, om de Derde Gunningsbeslissing te voorzien van een nieuw geformuleerde motivering, maar niet is aannemelijk dat dat inhoudelijk tot een andere uitkomst had geleid.”
De rechter komt tot de slotsom dat de Derde Gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Er bestaat daarom geen aanleiding voor heraanbesteding, herbeoordeling of het opnieuw motiveren van de gunningsbeslissing.
VdLC publishers/consultants BV, 8 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl