Geen relevante kennisvoorsprong voor zittende leverancier (week 13)
Gelijk speelveld | level-playing-field | voorsprong zittende leverancier
De HU (Hogeschool Utrecht) heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering van evaluatiesoftware. Volgens [eiseres] is er sprake van een ongelijk speelveld door een kennisvoorsprong van de zittende leverancier en tevens winnaar van de aanbesteding. De rechter concludeert dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat op de onderdelen prijs, kwaliteit en meerwaarde [onderneming] als zittende opdrachtnemer een zodanig relevante kennisvoorsprong had, dat daardoor de mededinging is vervalst of uitgeschakeld. Van favoritisme en willekeur en daarmee ongelijke kansen is dus geen sprake. Een verstoring van het gelijk speelveld in de aanbesteding is daarmee niet gebleken. (ECLI:NL:RBMNE:2026:1104, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 10 maart 2026, Datum publicatie 25 maart 2026)
Feiten en omstandigheden
De HU (Hogeschool Utrecht) heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering van evaluatiesoftware). [eiseres] is daarbij als tweede geëindigd. Volgens [eiseres] is er sprake van een ongelijk speelveld door een kennisvoorsprong van de zittende leverancier en tevens winnaar van de onderhavige aanbesteding. Ondanks de door haar in de Nota van Inlichtingen gestelde vragen is die kennisvoorsprong volgens [eiseres] in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel door de HU onvoldoende opgeheven. [eiseres] vordert een heraanbesteding indien de HU de Opdracht nog wenst te verstrekken. De rechter zegt o.a. het volgende:
Gelijk speelveld
“Het gelijk speelveld vraagt van een aanbestedende dienst dat de opdracht zo goed mogelijk wordt omschreven en dat inschrijvers van dezelfde (hoeveelheid) informatie worden voorzien. Het creëren van een gelijk speelveld gaat echter niet zo ver dat een aanbestedende dienst alle voordelen van de zittende ondernemer(s) moet wegnemen. Onderkend moet worden dat er altijd een relatief voordeel zal zijn voor de zittende ondernemer(s), omdat deze kennis heeft/hebben van de cultuur, de organisatie en de markt waarop de nieuwe opdracht wordt uitgevraagd. Deze voorsprong is echter niet zonder meer onrechtmatig. Daarvan is pas sprake als die kennisvoorsprong de mededinging kan vervalsen of uitschakelen en er ongelijke kansen zijn. Wanneer het gelijk speelveld wordt verstoord is het aan de partij die daar een beroep op doet om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit die verstoring, in dit geval door een gestelde kennisvoorsprong van de zittend leverancier, blijkt.”
Processtap 2 (afname van de evaluatie)
“Haar lagere score op processtap 2 is volgens [eiseres] dus niet het gevolg van een ontbrekende functionaliteit van haar systeem, maar van ontbrekende informatie vanuit de HU. Informatie waarover [onderneming] als zittende leverancier volgens [eiseres] wel beschikt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er op dit punt sprake is van een ongelijk speelveld en daarmee vervalsing van de mededinging. Na vragen van de voorzieningenrechter daarover heeft de HU tijdens de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat [eiseres] niet is gekort op het aantal te behalen punten bij processtap 2 omdat zij de onder 4.13 genoemde onderdelen niet heeft aangeboden. De HU heeft toegelicht voornoemde onderdelen als meerwaarde te hebben aangemerkt bij het door [onderneming] aangeboden systeem. Vanwege de eisen die de Aanbestedingswet daaraan stelt heeft de HU het in die hoedanigheid in de motivering van de gunningsbeslissing opgenomen nu zij tevens de relatieve voordelen van de winnende inschrijving diende te vermelden.”
De rol van de docent
“Het had voor [eiseres] als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver duidelijk moeten zijn dat docenten een rol spelen in het rapportageproces. Daar komt bij dat de uitvraag voor iedere (potentiële) inschrijver gelijk was zodat van strijd met het gelijkheidsbeginsel op dit punt niet is gebleken. Dat het door [eiseres] aangeboden systeem als zodanig over een docentrol in het rapportageproces beschikt wordt overigens door de HU ook niet ontkend. [eiseres] stelt dat die rol in het geheel niet is gedemonstreerd, terwijl de beoordelingscommissie daarentegen heeft gemotiveerd dat die rol enkel onvoldoende is getoond om hoger te scoren dan [eiseres] nu heeft gedaan. Met andere woorden: [eiseres] had de rol van de docent in haar software uitgebreider en gedetailleerder moeten demonstreren. Dat is iets anders dan dat [onderneming] vanuit haar positie als zittende leverancier een kennisvoorsprong had, te weten dat de docent een rol in het rapportageproces moest spelen. Gezien het voorgaande is van een ongelijk speelveld op dit punt niet gebleken, zodat de door [eiseres] ingenomen stellingen ten aanzien van processtap 3 eveneens niet kunnen slagen.”
Conclusie
“Op basis van al het voorgaande en nu tevens niet is gebleken van andere, in dit kader relevante feiten en/of omstandigheden, moet worden geconcludeerd dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat op de onderdelen prijs, kwaliteit en meerwaarde [onderneming] als zittende opdrachtnemer een zodanig relevante kennisvoorsprong had, dat daardoor de mededinging is vervalst of uitgeschakeld. Van favoritisme en willekeur en daarmee ongelijke kansen is dus geen sprake. Een verstoring van het gelijk speelveld in de onderhavige aanbesteding is daarmee niet gebleken.”
VdLC publishers/consultants BV, 2 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl