Gemeente moet tussentijdse toetreding open house toestaan (week 52)
Open house
In dit kort geding gaat het om de vraag of de Gemeente Almere de open house procedure voor de verlening van jeugdhulp na de uiterste inschrijfdatum moet openstellen voor nieuwe toetreders (jeugdhulpaanbieders), zoals [eiseres]. De rechter is van oordeel dat de Gemeente dit op grond van haar eigen spelregels moet doen. Dat de Gemeente niet verplicht is om tussentijdse toetreding tot de open house procedure mogelijk te maken, doet er niet toe. Als de Gemeente die mogelijkheid zelf uit eigen vrije wil in het leven roept en in haar Inkoopdocument opneemt, zal zij zich daaraan moeten houden. (ECLI:NL:RBMNE:2025:6926, Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 24 december 2025, Datum publicatie 24 december 2025)
Feiten en omstandigheden
De Gemeente Almere heeft in 2024 een toetredingsprocedure (een open house procedure) georganiseerd voor verlening van jeugdhulp zonder verblijf in de Gemeente Almere. Met alle jeugdhulpaanbieders die voldoen aan de in het Inkoopdocument gestelde voorwaarden/eisen wordt een door de Gemeente opgestelde overeenkomst genoemd “de Raamovereenkomst” gesloten. De looptijd van de Raamovereenkomst is van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 met een mogelijkheid van twee keer een verlening met 12 maanden (1 jaar). Er moest uiterlijk op 20 december om 10.00 uur een inschrijving voor deze open house worden ingediend. In dit kort geding gaat het in de eerste plaats om de beantwoording van de vraag of de Gemeente de open house procedure na deze uiterste inschrijfdatum moet openstellen voor nieuwe toetreders (jeugdhulpaanbieders), zoals [eiseres]. De rechter is van oordeel dat de Gemeente dit op grond van haar eigen spelregels moet doen. Het oordeel van de rechter:
“Wat je zegt dat je zal doen, moet je ook doen”
“Het geschil tussen partijen moet worden getoetst aan de hand van het verbintenissenrecht. Het gaat dan om de regels die van toepassing zijn op de fase die aan het sluiten van een overeenkomst voorafgaan ook wel de precontractuele fase genoemd. Deze precontractuele fase wordt beheerst door:
de eisen van redelijkheid en billijkheid (zie artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek (BW)). Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (zie artikel 3:12 BW).
de spelregels die door de Gemeente (éénzijdig) zijn opgesteld. De Gemeente moet zich aan deze spelregels houden. Op grond van de in Nederland geldende rechtsovertuigingen geldt immers dat “wat je zegt dat je zal doen, ook moet doen”. Bovendien heeft de Gemeente in het Inkoopdocument zelf vermeld dat op haar de verplichting rust om zich aan de (door haar) ingestelde procedure te houden. Dat de Gemeente, zoals zij herhaaldelijk heeft aangevoerd, beleidsvrijheid en contractsvrijheid heeft, is juist. Het staat de Gemeente echter niet vrij om met een beroep op deze vrijheden af te wijken van door haarzelf opgestelde spelregels.
Daarnaast geldt dat de Gemeente op grond van artikel 3:14 BW zich moet houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het motiveringsbeginsel.”
Toetreding moet 4 keer per jaar opengesteld worden
“In artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument wordt heel duidelijk gezegd dat als hoofdregel geldt dat 4 keer per jaar (per kwartaal) toetreding voor nieuwe jeugdhulpverleners voor alle percelen mogelijk wordt gemaakt. Dat de Gemeente, zoals zij herhaaldelijk heeft opgemerkt, niet verplicht is om tussentijdse toetreding tot de open house procedure mogelijk te maken, doet er niet toe. Als de Gemeente die mogelijkheid zelf uit eigen vrije wil in het leven roept en in haar Inkoopdocument opneemt, zal zij zich daaraan moeten houden. Uitgangspunt is dus dat de Gemeente de open house procedure in 2025 vier keer had moeten openstellen voor nieuwe toetreders, zoals [eiseres] .”
VdLC publishers/consultants BV, 7 januari 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl