Nieuwe mondelinge behandeling in zaak ondergrondse afvalcontainers (week 13)
Uitleg aanbestedingsstukken
Tussen Cure en VConsyst is een overeenkomst gesloten voor de levering van ondergrondse afvalcontainers. De overeenkomst is gesloten in het kader van een Europese aanbestedingsprocedure. Cure vindt dat er twee gebreken zijn: de kettingen waren te kort en er waren kettingbreuken. VConsyst zegt dat zij deze kettingen overal toepast, tot volle tevredenheid, en dat dergelijke problemen zich nergens anders voordoen, waardoor de oorzaak van de kettingbreuken moet worden gezocht in oneigenlijk of buitennormaal gebruik. Cure heeft een rapport van TNO ingebracht. VConsyst heeft daartegenover een voorlopig rapport van Element Material Technology ingebracht. De rechter gelast een nieuwe mondelinge behandeling. (ECLI:NL:RBOBR:2025:6439, Rechtbank Oost-Brabant, Datum uitspraak 20 augustus 2025, Datum publicatie 23 maart 2026)
Feiten en omstandigheden
Cure is een samenwerkingsverband van de gemeenten Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard op het gebied van afvalbeheer. VConsyst is een leverancier van ondergrondse afvalsystemen in Nederland. Tussen Cure en VConsyst is een overeenkomst gesloten voor de levering van ondergrondse afvalcontainers (glas-, rest- en papierafval) aan Cure. De overeenkomst is gesloten in het kader van een Europese aanbestedingsprocedure. De overeenkomst is ingegaan op 1 oktober 2019 en is aangegaan voor de duur van 4 jaar. Sinds oktober 2021 hebben partijen met elkaar overleg gehad over problemen met de glascontainers: (a) een aantal kettingen is gebroken tijdens het gebruik voor de afvalverwerking (bijvoorbeeld uithijsen) en (b) bodemplaten bleken verbogen of vervormd (bijvoorbeeld: doordat gaten gingen uitrekken). VConsyst heeft in overleg herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Cure heeft zelf nieuwe kettingen besteld en geïnstalleerd. De problemen zijn niet opgelost. Cure vordert gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst tussen VConsyst en Cure, voor wat betreft het deel van de overeenkomst dat ziet op de glascontainers en veroordeling van VConsyst tot betaling van een bedrag van 553.284,60 euro (incl. btw) aan schadevergoeding, de onderzoekskosten van 29.403 euro en de kosten van herstel van 97.839,01 euro. Het oordeel van de rechter:
Twee gebreken
“Cure vindt dat er 2 gebreken zijn: de kettingen waren te kort (middelste haak vrije slag minder dan 600 mm) (E1-24 PvE) en er waren kettingbreuken (middelste ketting en kettingen aan de buitenkant). Cure heeft een rapport van TNO ingebracht, waarin wordt geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de kettingen breken door een scheurvormend corrosieproces. Door dit scheurvormend corrosieproces neemt de doorsnede en daarmee ook de sterkte van de schakels na verloop van tijd af, aldus dit rapport. Het scheurvormend corrosieproces komt volgens TNO doordat de kettingen in de glascontainers in contact komen met de vloeistoffen in de bakken van de glascontainers. Cure meldt stellig dat zij veel glascontainers gebruikt en geen problemen ondervindt, behalve bij de glascontainers die VConsyst zijn geleverd, waardoor de oorzaak in deze glascontainers moet worden gezocht.”
Kettingen worden elders tot volle tevredenheid gebruikt
“VConsyst heeft daartegenover een voorlopig rapport van Element Material Technology ingebracht, waarin wordt geconcludeerd dat corrosie waarschijnlijk een secundaire rol speelde bij het breken van de kettingen en dat het waarschijnlijker is dat de kettingen zijn gebroken door metaalmoeheid. VConsyst beroept zich ook op onderzoek door [A] . VConsyst heeft daarnaast een onderzoek van [B] ingebracht, waarin grafieken aantonen hoeveel de onderzochte kettingen rekken en wanneer ze breken. De grafieken tonen volgens VConsyst aan dat de onderzochte door haar geleverde kettingen van 8 mm ruim sterk genoeg zijn. Ook de kettingen uit glascontainers van drie jaar oud, aldus VConsyst. Hieruit kan volgens VConsyst geconcludeerd worden dat de kettingen bij normaal gebruik van de glascontainers niet zullen breken, ook niet wanneer deze al drie jaar worden gebruikt en als gevolg daarvan (in enige mate) zijn gecorrodeerd. Dit wordt volgens VConsyst bevestigd, doordat de (door Cure) nieuw bestelde kettingen van 10 mm dik ook breken. Corrosie kan volgens VConsyst niet na zo’n korte termijn (paar jaar) een oorzaak van een kettingbreuk zijn. VConsyst meldt stellig dat zij deze kettingen overal toepast, tot volle tevredenheid, en dat dergelijke problemen zich nergens anders voordoen, waardoor de oorzaak van de kettingbreuken moet worden gezocht in oneigenlijk of buitennormaal gebruik. VConsyst heeft een document overgelegd (productie 1) met een beschrijving van (a) het gewicht van de container (2500 kg) en (b) de duwkracht die volgens VConsyst ontstaat door het hijsblok van Cure (6000 kg) bij uithijsen van de container en openen van het middelste compartiment; door de combinatie van (a) en (b) wordt de normale werkbelasting van de twee kettingen, waar de container dan aan hangt, overschreden (met als gevolg een kettingbreuk). Volgens VConsyst wordt de overbelasting veroorzaakt door een onjuiste afstelling van het hijsblok (inbouw, installatie, afstelling en testen behoren niet tot haar verantwoordelijkheid, aldus VConsyst).Dezelfde discussie geldt ook voor de bodemplaten. De gaten in de bodemplaten/kleppen rekken uit (dan zijn de gaten ovaal in plaats van rond) en zijn al vrij snel vervormd en verbogen. Een en ander door een gebrek volgens Cure; volgens VConsyst door overbelasting (oneigenlijk of buitennormaal gebruik).”
Nieuwe mondelinge behandeling
De rechtbank zal een nieuwe mondelinge behandeling gelasten. Partijen hebben daarbij de gelegenheid partijdeskundigen (zoals de auteurs van de overgelegde rapporten) mee te nemen naar de zitting (artikel 200 Rv oud; nu artikel 192 Rv). Partijen mogen de partijdeskundigen tijdens de mondelinge behandeling vragen stellen en de partijdeskundigen mogen op elkaars standpunten en bevindingen reageren. De rechtbank benoemt in dit stadium geen deskundige, omdat partijen al diverse partijdeskundigen hebben ingeschakeld, die thuis zijn in de materie en onderzoek hebben gedaan. Het benoemen van een rechtbankdeskundige zou bij deze stand van zaken kostbaar zijn en de procedure vertragen; dat is niet doelmatig.
VdLC publishers/consultants BV, 2 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl