Oordeel beoordelingscommissie kan toegekende score dragen (week 14)
De beoordeling van de kwaliteit
Op 13 oktober 2025 heeft Optisport een inschrijving ingediend voor een concessieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van het zwembad in Eersel. Optisport vordert de Gemeente Eersel te verbieden om uitvoering te geven aan het voornemen de opdracht te gunnen aan Sportfondsen. De rechter is van oordeel dat de door de beoordelingscommissie gegeven motivering niet onbegrijpelijk is en dat deze de toegekende score (2/voldoende) kan dragen. De conclusie luidt dat Optisport niet aannemelijk heeft gemaakt dat de voorgenomen gunningsbeslissing genomen is in strijd met (één van) de beginselen van het aanbestedingsrecht. (ECLI:NL:RBOBR:2026:2001, Rechtbank Oost-Brabant, Datum uitspraak 26 maart 2026, Datum publicatie 1 april 2026)
Feiten en omstandigheden
Namens de gemeente Eersel is op 10 juni 2025 het gepubliceerd in een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor een concessieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van het zwembad in Eersel. Op 13 oktober 2025 heeft Optisport een inschrijving ingediend. Naast Optisport heeft alleen Sportfondsen een inschrijving ingediend. Op 18 november 2025 aan Optisport heeft de gemeente Eersel medegedeeld dat de gemeente besloten heeft de inschrijving van Optisport uit te sluiten van verdere deelname omdat haar inschrijving op het criterium kwaliteit niet de voorgeschreven minimale score van 600 punten heeft behaald.
Optisport vordert de Gemeente Eersel te verbieden om uitvoering te geven aan het voornemen de opdracht te gunnen aan Sportfondsen. Het oordeel van de rechter:
Verduidelijkingsgesprek
“Optisport heeft ter onderbouwing van haar stelling aangevoerd dat van een gescheiden beoordeling van de hoofdstukken 1-4 enerzijds en hoofdstuk 5 anderzijds geen sprake kan zijn geweest en dat hoofdstuk 5 is beoordeeld nog voordat de beoordeling van de hoofdstukken 1-4 was afgerond vanwege het feit dat Optisport – net als Sportfondsen - is uitgenodigd voor een verduidelijkingsgesprek over hoofdstuk 5 op 28 oktober 2025. Als de redenering van de gemeente wordt gevolgd dat ten tijde van de uitnodiging de scores van de hoofdstukken 1-4 al vastlagen dan valt niet te begrijpen waarom Optisport nog voor dit verduidelijkingsgesprek is uitgenodigd. De totaalscore voor de eerste vier hoofdstukken was immers zo laag (425 punten) dat zelfs een maximale score op hoofdstuk 5 (150 punten) er niet voor kon zorgen dat Optisport boven de minimale – op straffe van uitsluiting – te behalen score van 600 punten zou uitkomen. Optisport leidt hier uit af dat dit duidelijk maakt dat de scores voor de hoofdstukken 1-4 nog niet (definitief) vastlagen.”
Hoofdstuk 5 een zelfstandige minimumeis
“De gemeente bestrijdt dit en heeft in dat verband er (terecht) op gewezen dat het Aanbestedingsdocument voorschrijft dat voor hoofdstuk 5 een zelfstandige – op straffe van uitsluiting te behalen - minimumeis wordt gesteld. Het verduidelijkingsgesprek was nodig omdat de ingediende inschrijvingen kennelijk vragen hadden opgeroepen bij de beoordelingscommissie die beantwoording behoefden met het oog op de vaststelling of de inschrijvingen van Optisport en Sportfondsen aan die minimumeis voldeden. De gemeente heeft terecht niet geanticipeerd op een uitsluiting vanwege een te lage score op de hoofdstukken 1-4 door beoordeling van hoofdstuk 5 achterwege te laten.”
Niet aan rechter om ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ toe te kennen
Het tweede bezwaar van Optisport komt er – kort samengevat – op neer dat aan Sportfondsen ten onrechte een score van 2 (voldoende) is toegekend. In de jurisprudentie wordt breed gedragen dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om inschrijvingen te beoordelen en te waarderen, en dat de aanbestedende dienst daarbij een ruimte vrijheid toekomt. Ook omdat de door haar aangewezen beoordelaars geacht mogen worden juist te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Enige mate van subjectiviteit is daarbij onvermijdelijk. De voorzieningenrechter dient zich in dat verband terughoudend op te stellen. Hij mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar kan slechts marginaal toetsen of de door de beoordelaars uitgevoerde beoordeling – score en motivering daarvan – voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is dus niet aan de voorzieningenrechter om zelf kwalificaties als “voldoende” of “onvoldoende” aan onderdelen van een inschrijving te hechten. Slechts indien sprake is van procedurele of inhoudelijke onjuistheden, of onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de voorlopige gunningsbeslissing niet deugt, in die zin dat de aanbestedende dienst in redelijkheid niet het toegekende puntenaantal had kunnen toekennen, kan er plaats zijn voor ingrijpen door de voorzieningenrechter.”
Motivering niet onbegrijpelijk
“De aan Sportfondsen toegekende score 2 (75 punten) voor hoofdstuk 5 is gelijk aan de aan Optisport toegekende score 2 (75 punten). In de samenvatting bij de motivering is de conclusie voor zowel Optisport als Sportfondsen dat het oordeel voldoende is, en dat de inschrijver met dat deel van het bedrijfsplan enigszins overtuigt dat dit leidt tot een marktconforme en duurzame exploitatie van het zwembad, maar dat er op dat onderdeel geen meerwaarde wordt gezien die een hogere score kan verantwoorden. De voorzieningenrechter is, gelet op boven omschreven (beperkt) beoordelingskader, van oordeel dat de door de beoordelingscommissie gegeven motivering niet onbegrijpelijk is en dat deze de toegekende score (2/voldoende) kan dragen. Al hetgeen Optisport dienaangaande nog heeft aangevoerd om een andersluidend standpunt te onderbouwen doet daar niet aan af.”
De conclusie luidt dat Optisport niet aannemelijk heeft gemaakt dat de voorgenomen gunningsbeslissing c.q. de beslissing om de inschrijving van Optisport uit te sluiten, genomen is in strijd met (één van) de beginselen van het aanbestedingsrecht. De vorderingen van Optisport dienen daarom te worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 8 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl