Toelichting geen ontoelaatbare uitbreiding van gunningsbeslissing (week 14)
De beoordeling van de kwaliteit
Bij de Europese openbare aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-Professionals voor de Dienst Uitvoering Onderwijs en ODC-Noord van het Inkoop Uitvoering Centrum EZK vordert Sogeti de Staat te verbieden om de Opdracht op basis van de Derde Gunningsbeslissing te gunnen. De rechter zegt dat de toelichting van de Staat geen ontoelaatbare uitbreiding van de gunningsbeslissing is, maar een (toelaatbare) uitwerking van de in de gunningsbeslissing gegeven motivering. Ook inhoudelijk is het oordeel van de beoordelingscommissie volgens de rechter niet onbegrijpelijk. (ECLI:NL:RBDHA:2026:6326, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 20 maart 2026, Datum publicatie 3 april 2026)
Feiten en omstandigheden
Op 3 mei 2024 heeft het Inkoop Uitvoering Centrum EZK (IUC-EZK) namens de Staat de aankondiging gedaan voor de een Europese openbare aanbesteding voor de tijdelijke inhuur van ICT-Professionals ten behoeve van de Dienst Uitvoering Onderwijs en ODC-Noord (hierna samen DUO). Naar aanleiding van de Eerste Gunningsbeslissing hebben drie inschrijvers een kort geding aanhangig gemaakt tegen de Staat, waarin zij bezwaren hebben gemaakt tegen de beoordeling van de kwalitatieve criteria. Op 28 februari 2025 heeft het IUC-EZK aan de inschrijvers meegedeeld dat er fouten zijn gemaakt in de beoordeling van alle drie de kwaliteitswensvragen en dat hij daarom overgaat tot intrekking van de gunningsbeslissing. Het IUC-EZK heeft daarom de gunningsbeslissing ingetrokken en aangekondigd over te gaan tot herbeoordeling van alle inschrijvingen op alle drie de kwaliteitswensvragen en dat die herbeoordeling zal worden uitgevoerd door nieuwe beoordelingscommissies. Op 3 oktober 2025 heeft de Staat de tweede gunningsbeslissing bekend gemaakt. In deze gunningsbeslissing is Sogeti als elfde geëindigd, waardoor zij niet voor gunning in aanmerking komt. Op 17 oktober 2025 heeft Sogeti bezwaar gemaakt tegen de Tweede Gunningsbeslissing en het IUC-EZK verzocht om op een achttal punten toelichting te geven. Op 2 december 2025 heeft het IUC-EZK aan de inschrijvers meegedeeld dat de Tweede Gunningsbeslissing wordt ingetrokken en gelijktijdig de Derde Gunningsbeslissing) bekend gemaakt. De Derde Gunningsbeslissing komt voor wat betreft de rangorde overeen met de Tweede Gunningsbeslissing. Ook in deze gunningsbeslissing is Sogeti als elfde geëindigd met een totaalscore op het onderdeel kwaliteit van 590/900 punten. Sogeti vordert de Staat te verbieden om de Opdracht op basis van de Derde Gunningsbeslissing te gunnen. Het oordeel van de rechter:
Geen ontoelaatbare uitbreiding van gunningsbeslissing
“Sogeti heeft bezwaar tegen de conclusie van de beoordelingscommissie dat zij slechts beperkt concreet zou zijn ingegaan op de oorzaak van de weerstand en wat dat zou kunnen betekenen voor het functieprofiel. In de conclusie van antwoord heeft de Staat nader toegelicht dat volgens de casus de oorzaak van de weerstand gelegen was in een gebrek aan centrale sturing in de fictieve organisatie. Volgens de Staat werd van de inschrijvers verwacht dat zij daarop en op de gevolgen ervan zouden ingaan, net als op de bijzondere vaardigheden en competenties van de in te huren ICT-professional, maar heeft Sogeti dat onvoldoende concreet gedaan. Sogeti heeft dit onweersproken gelaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het oordeel dat de inschrijving van Sogeti op dat punt onvoldoende concreet was niet onbegrijpelijk. Dat oordeel sluit ook aan bij het gegeven beoordelingskader. Anders dan Sogeti ter zitting nog heeft betoogd, betreft de toelichting van de Staat geen ontoelaatbare uitbreiding van de gunningsbeslissing, maar een (toelaatbare) uitwerking van de in de gunningsbeslissing gegeven motivering.”
Ervaring met consultancy
“Daarnaast heeft Sogeti bezwaar gemaakt tegen het oordeel van de beoordelingscommissie dat zij ervaring met consultancy niet als eis maar als “overige functiewens” heeft opgenomen. Volgens Sogeti heeft zij ervoor gekozen om in het kader van de effectiviteit niet te veel eisen te stellen en om vier andere relevante eisen voorrang te geven en kan die keuze haar niet worden tegengeworpen. In de conclusie van antwoord heeft de Staat nader toegelicht dat in de casus de nadruk lag op het in kaart brengen van de behoeftes en bezwaren en dat de keuze van Sogeti om ervaring met consultancy niet als eis op te nemen daarom (als kritiekpunt) in de beoordeling is betrokken. Sogeti heeft dit onweersproken gelaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het oordeel van de beoordelingscommissie op dit punt niet onbegrijpelijk.”
Werkervaring niet uitgedrukt in jaren
“Verder heeft Sogeti bezwaar gemaakt tegen het oordeel van de beoordelingscommissie dat zij de vereiste ervaring bij een overheidsorganisatie niet heeft uitgedrukt in jaren en dat dat het antwoord minder concreet maakt. Sogeti erkent wel dat dit de eis minder concreet maakt, maar volgens haar zou het opnemen van die ervaring het risico vergroten dat er geen geschikte kandidaat kan worden gevonden, waardoor de inschrijving minder effectief zou worden. De Staat heeft op dit punt terecht aangevoerd dat het aan de inschrijver is om een geschikte balans te vinden tussen de werkervaring die minimaal is vereist en die daarnaast ruimte laat voor voldoende kandidaten. Sogeti heeft een en ander onweersproken gelaten en naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit kritiekpunt ook niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk. Indien werkervaring niet is uitgedrukt in jaren, is onvoldoende concreet waar die werkervaring uit bestaat.”
‘Omgevingsbewustzijn’
“Het laatste bezwaar van Sogeti richt zich tegen het oordeel van de beoordelingscommissie dat het haar niet duidelijk is waarom Sogeti “klantgerichtheid” een hogere norm heeft gegeven dan “omgevingsbewustzijn”. Volgens Sogeti is het haar niet duidelijk waarom de beoordelingscommissie “omgevingsbewustzijn” dan weer belangrijker acht dan “klantgerichtheid”. Met deze stelling miskent Sogeti dat uit het oordeel van de beoordelingscommissie geen rangorde volgt, maar enkel dat de door Sogeti gegeven normscores haar niet duidelijk zijn. Hoewel dat wel op haar weg lag, heeft Sogeti niet gesteld dat zij dit in haar inschrijving wel heeft toegelicht. Alleen al daarom is dit kritiekpunt van de beoordelingscommissie niet onbegrijpelijk. De precieze afbakening tussen klantgerichtheid en omgevingsbewustzijn in de Competentiegids Rijk kan hier in het midden blijven.”
De slotsom is dat de primaire en subsidiaire vorderingen van Sogeti worden afgewezen.
VdLC publishers/consultants BV, 8 april 2026
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl