Samenvatting EU Richtlijn Schone Voertuigen (2009/33/EG)

Toon pagina in menu

Er is een akkoord bereikt tussen het Europees Parlement en de lidstaten over de herziening van de EU richtlijn schone en energie efficiënte voertuigen. De verwachting is dat de richtlijn in mei 2019 van kracht wordt. De lidstaten hebben dan een implementatietermijn van twee jaar. Doel van het voorstel is om door verbetering van publieke aanbesteding de toepassing van lage- en nul-emissievoertuigen substantieel te vergroten, om zo bij te dragen aan het behalen van de emissiereductie-doelen van de EU zoals die zijn afgesproken in de Europese strategie voor lage-emissie mobiliteit. Dit levert ook concurrentiekracht en groei op voor de transportsector.

Kern van de richtlijn zijn de verplichte minimumpercentages voor de aanbesteding van schone voertuigen. Deze percentages worden berekend over het totaal aan voertuiggerelateerde overheidsopdrachten van aanbestedende diensten en instanties. De richtlijn is dus ook op al deze overheden van toepassing.

In Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU zijn de minimumregels vastgesteld die aanbestedende diensten en aanbestedende instanties moeten volgen om op gecoördineerde wijze overheidsopdrachten te plaatsen voor de aankoop, leasing, huur of huurkoop van goederen, werken en diensten. In die regels zijn met name algemene monetaire drempels vastgesteld voor het bepalen welke overheidsopdrachten onder de wetgeving van de Unie inzake overheidsopdrachten moeten vallen. Deze drempels gelden ook voor Richtlijn 2009/33/EG.

Reikwijdte richtlijn

Onder de richtlijn vallen alle relevante aanbestedingstrajecten. Het gaat daarbij niet alleen om de aanschaf van voertuigen, maar ook om huur, huurkoop en lease daarvan. Daarnaast is de richtlijn ook van toepassing op aanbestedingscontracten voor het vervoer van passagiers. Ook is de richtlijn van toepassing op service contracten voor: openbaarvervoersdiensten, diensten voor speciaal personenvervoer over land, personenvervoer zonder dienstregeling, diensten voor ophalen van vuilnis, postvervoer over de weg, pakketvervoer, postbezorging, pakketbezorging.

Voertuigcategorieën die buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen

De vereisten van deze richtlijn zijn niet van toepassing op voertuigen die specifiek ontworpen gebouwd zijn voor werkzaamheden en niet geschikt voor het vervoer van passagiers of goederen. Hieronder vallen voertuigen voor het onderhoud van wegen, zoals sneeuwschuivers. Ook land- en bosbouwvoertuigen, twee- en drie en vierwielers (quads) en touringcars vallen niet onder de vereisten van de richtlijn.

Uitzonderingsmogelijkheden (lidstaat bepaalt)

Om het opleggen van onevenredige lasten aan overheden en exploitanten te vermijden, kunnen lidstaten bepaalde voertuigen uitzonderen: gepantserde voertuigen, ziekenwagens, lijkwagens, rolstoelvriendelijke M1-voertuigen, mobiele kranen, voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd voor gebruik om hoofdzakelijk te worden gebruikt op bouwplaatsen of in mijnen, havens of luchthavens, voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door het leger, de burgerbescherming, brandweerdiensten en diensten belast met de handhaving van de openbare orde. Dergelijke aanpassingen kunnen verband houden met de inbouw van specialistische communicatie-apparatuur of noodverlichting.

Minimumpercentages aanbesteding schone voertuigen

Auto’s en bestelbussen

Voor Nederland geldt dat er tot eind 2025 ten minste 38,5% schone auto’s en bestelbussen moeten worden aanbesteed.

In aanmerking komen zeer schone hybrides (max 50gr CO2/km en max 80% van de RDE limietwaarden). Van 2026-2030 geldt ook een minimumpercentage van 38,5% , maar dan kunnen er alleen nog nul emissievoertuigen worden aanbesteed om aan dit percentage te voldoen.

Bussen

Voor de bussen geldt tot eind 2025 een minimumpercentage van 45%, dat voor de helft ingevuld moet worden met zero emissie voertuigen. De andere helft mag worden ingevuld met voertuigen die rijden op alternatieve brandstoffen (conform de definitie in rl 2014/94/EU). Wanneer 80% van de aanbestedingen uit dubbeldekkers bestaat, hoeft echter maar ¼ van de doelstelling door zero emissie voertuigen te worden ingevuld. Deze uitzondering geldt alleen in de eerste periode.

Uitgesloten zijn biobrandstoffen met een hoog ILUC-risico. Er mag niet bijgemengd worden met fossiele brandstoffen, wanneer biobrandstoffen of synthetische brandstoffen worden ingezet.

Vanaf 2026-2030 gelden dezelfde voorwaarden, maar dan is het minimumpercentage 65%.

Vrachtwagens

Voor trucks zijn de percentages: 10% tot eind 2025 en 15% van 2026-2030. Het gaat om voertuigen die rijden op alternatieve brandstoffen (conform de definitie in rl 2014/94/EU). Ook hier zijn de biobrandstoffen met een hoog ILUC risico uitgesloten en mag er niet met fossiel gemengd worden.

Omzettingstermijn en herziening

De richtlijn heeft een omzettingstermijn van 24 maanden. De verwachting is dat deze richtlijn rond april/mei 2021 van kracht zal worden.

Er is ook voorzien in een reviewclausule: uiterlijk eind december 2027 moet de Europese Commissie een review van deze richtlijn uitvoeren en indien passend komen met een aangepast voorstel met nieuwe doelstellingen voor de periode na 2030. In de review moet de EC ook beoordelen of de reikwijdte van de richtlijn uitgebreid kan worden naar meer voertuigcategorieën, zoals 2- en 3-wielige voertuigen (L-categorie).

Richtlijn

Richtlijn: schone en energie-efficiënte voertuigen ( 2009/33/EG)  op eur-lex.europa.eu.