Kledingretour is geen kostenpost meer, maar levert winst op

Afgedankte defensiekleding recyclen, klaarmaken voor hergebruik en selecteren voor verbranding. Het ministerie van Defensie slaat daarvoor de handen ineen met sociale werkplaats Biga Groep. In 2015 verscheen er al een praktijkvoorbeeld over dit succes. En dat succes is sindsdien alleen maar toegenomen. ‘Kledingretour is geen kostenpost meer, maar levert winst op.’ (mei 2019)

Praktijkvoorbeeld social return

Het ministerie van Defensie en Biga Groep blijven hun samenwerking versterken en uitbouwen. Zo werken ze nu met een 8- in plaats van een 4-jarig contract en verwerken ze sinds kort ook de kleding van Brandweer Nederland en de Nationale Politie. Daarnaast zoeken ze continu naar manieren om hun werkzaamheden efficiënter, duurzamer en veiliger te maken.

Voor- en nadelen

Rob van Arnhem, categoriemanager bedrijfskleding Rijk:

  • Plus: "Het lukt ons steeds beter om samen met marktpartijen innovatieve bestemmingen voor de gebruikte kleding te vinden."
  • Min: "De onduidelijkheid en bureaucratie die een gevolg zijn van de Participatiewet storen me."

Robert Jan Keiman, teamleider Biga Groep:

  • Plus: "Ondanks onze groei neemt onze efficiëntie toe, net als het enthousiasme van onze medewerkers."
  • Min: "Er is nog onvoldoende financiële flexibiliteit binnen ons contract voor extra projecten."

"Ons samenwerkingsproject met de Biga Groep is enorm gegroeid", zegt Rob van Arnhem, categoriemanager bedrijfskleding Rijk. "Kijk alleen al naar de uitrusting en kleding die we verwerken. We zijn van 2.700 pallets in 2015 naar 5.700 in 2018 gegaan. Dat komt onder andere doordat we nu ook de uitrusting van Brandweer Nederland en de Nationale Politie erbij doen. Maar ook doordat hergebruik van uitrusting steeds vanzelfsprekender gevonden wordt."
Het Rijk maakt winst met de samenwerking, aldus Van Arnhem. "Op 2 vlakken. Door beter hergebruik bespaart Defensie jaarlijks vijf tot tien miljoen euro op inkoop. Bovendien verkoopt het ministerie een deel van het gebruikte materiaal als grondstof aan marktpartijen. Dat levert negen ton per jaar op."

Sociale werkplaats Biga Groep - sorteren kleding Defensie

Substantiële groei

Robert Jan Keiman, teamleider bij Biga Groep, vult Van Arnhem aan. "We verwerken niet alleen twee keer zoveel kleding. We houden de hoeveelheid kleren die verbrand moet worden ook ongeveer gelijk: rond de 450 pallets per jaar. Dat betekent dat we steeds beter worden in hergebruik en recycling voor verkoop. En dat we onze CO2-uitstoot tot een minimum beperken."
Een andere belangrijke verandering: de groei van het aantal medewerkers. "In 2015 waren het er nog 23, nu zijn het er 71", vertelt Keiman. "We zijn nog altijd uitermate tevreden. Niet alleen omdat onze medewerkers hun uitvoerende werk goed doen, maar ook omdat ze altijd met ons mee blijven denken. Zoveel zelfs, dat ik ze in hun enthousiasme af en toe wat moet afremmen. Ik kan nu eenmaal niet al hun goede ideeën direct toepassen."
Medewerkers hebben een andere werkplek dan voorheen. "We hebben verschillende ruimtes omgebouwd tot één grote loods van 1.300 vierkante meter. Dat maakt ons niet alleen efficiënter, maar ook veiliger: één ruimte is makkelijker te monitoren."

Lange termijnrelatie

Contractueel is er eveneens een verschil ten opzichte van 2015. Van Arnhem: "Onze huidige overeenkomst met Biga Groep loopt acht jaar. Dat bevalt beter dan de vierjarige contracten die we hiervoor hadden. Het sluit aan bij het gevoel dat we samen voor een lange termijnrelatie gaan."

Automatisering

In die relatie willen de partners mensen zo efficiënt mogelijk inzetten. Keiman: "Dat betekent onder meer dat we automatiseren. We hebben nu bijvoorbeeld een 2D-scanner om aangeleverde kleding te controleren op ongewenste voorwerpen, zoals vergeten toegangspasjes. Medewerkers die deze controle uitvoerden, kunnen nu andere taken oppakken. Zoals het geschikt maken van kleding voor verkoop aan externe partijen, wanneer die kleding niet meer herbruikbaar is voor Defensie zelf. Onze medewerkers halen dan alle identificatietekens van de kleding, zoals naamplaatjes. En knippen het in stukken. Dat doen ze uit veiligheidsoverwegingen alleen bij kleding met effen kleuren, omdat die niet traceerbaar zijn naar een specifiek departement."

Transparantie

Bij de verkoop van kleding gaat Van Arnhem nu anders te werk dan in 2015. "Door transparanter naar marktpartijen te zijn en actiever contact met hen te zoeken, is die verkoop nu echt op gang gekomen. Dat succes hebben we ook aan de markt te danken; aan de geweldig innovatieve en dynamische ondernemers die Nederland rijk is. Je ziet dat bedrijven steeds creatiever zakendoen en daarbij veel vaker oog hebben voor circulariteit en duurzaam ondernemen."

Grondstoffen zijn goud waard

Van Arnhem organiseert jaarlijks een bijeenkomst voor potentiële klanten. "Er is de afgelopen jaren een heel nieuw netwerk ontstaan van stoffenleveranciers, designers en vervezelaars met interesse in onze kleding. Geweldig om te zien! Zo werken we nu met een partij die van oude gevechtstenues picknicktafels maakt." Het is van belang dat dit soort partijen Defensie weten te vinden, benadrukt Van Arnhem. "Daarom communiceren we nu volop dat onze grondstoffen goud waard zijn. En dat we die hoogwaardige grondstoffen bovendien continu kunnen aanbieden."

Nieuwe businessmodellen

Keiman is blij met de samenwerking, maar ziet ook verbeterpunten. ‘Hopelijk komt er bijvoorbeeld meer financiële flexibiliteit in de contracten. We spraken een contractwaarde af met Defensie, met een maximale overschrijding van 50 procent. Maar omdat de samenwerking zo succesvol is, zitten we mogelijk al eerder aan die overschrijdingsgrens. Dat betekent dat er geen geld is voor nieuwe projecten die meer winst voor beide partijen opleveren. Dat is vanuit het perspectief van een ondernemer moeilijk te begrijpen. Hier moet toch een beter businessmodel voor te verzinnen zijn? Er gebeuren hier prachtige dingen, waar we ontzettend trots op zijn met z’n allen. Maar er is nog zoveel méér mogelijk!’

Zorgen over de participatiewet

Keiman gaf in het praktijkvoorbeeld uit 2015 aan dat hij zich zorgen maakte over de gevolgen van de Participatiewet voor zijn medewerkers en Biga Groep. Hoe staat hij hier nu in? "Destijds werd geroepen dat Nederland zonder sociale werkplaatsen moest kunnen. Het zou een dure en overbodige luxe zijn. Maar ik zie nu juist dat er steeds meer naar onze expertise gevraagd wordt." Het belang van sociale werkplaatsen dringt sterker door, meent Keiman. "Dat belang is groter dan we soms denken. Daarom vind ik het ook vervelend dat het Rijk ons efficiencykorting gaat opleggen. Dat betekent dat we minder geld krijgen voor loonkosten van onze medewerkers."

Van Arnhem zou voor de Participatiewet graag een duidelijker overheidsbeleid zien. "Er is bijvoorbeeld al jarenlang discussie of Biga Groep-medewerkers onder de Participatiewet vallen of niet. En er zijn al wel tien instanties langsgekomen om hier onderzoek naar te doen zonder dat dit meer helderheid heeft opgeleverd."

Praktijkvoorbeeld 2015: Waarom Defensie kiest voor een sociale werkplaats 
Meer informatie: Participatiewet en social return bij aanbestedingen