Eenmaal gesloten overeenkomsten

Toon pagina in menu

Belangrijkste jurisprudentie over Wira en eenmaal gesloten overeenkomsten.

Rechtsregel 1:

Als een voorzieningenrechter een aanbestedende dienst in het gelijk stelt, dan zal het Hof slechts in restrictieve gevallen een ordemaatregel treffen.

Citaat Servicepunt 71/ Lappset arrest:

r.o. 1.6.5 "Onder de thans geldende omstandigheden ligt slechts de vraag voor of het hof dient in te grijpen in deze overeenkomsten en een ordemaatregel moet treffen. Daartoe zal het hof alleen overgaan indien Lappset als uitgesloten inschrijver in hoger beroep feiten en omstandigheden stelt en aannemelijk maakt op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat de overeenkomsten naar redelijke verwachting op één van de in de Aanbestedingswet 2012 genoemde gronden (kort samengevat: niet-naleving van de plicht tot openbare aanbesteding of niet-naleving van voor de aanbesteding geldende termijnvoorschriften) in een bodemgeschil vernietigd zullen worden, dan wel dat de aanbestedende dienst met het aangaan van de overeenkomsten jegens de verliezende inschrijver onrechtmatig handelt doordat zij daarbij misbruik van bevoegdheid maakt (hetgeen bijvoorbeeld het geval zal kunnen zijn wanneer de aanbestedende dienst de overeenkomsten is aangegaan met klaarblijkelijke miskenning van fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht) ofwel dat de overeenkomsten zijn aangegaan onder omstandigheden die tot de voorlopige conclusie leiden dat sprake lijkt te zijn van nietigheid op grond van artikel 3:40 BW.

Het hof neemt daarbij in aanmerking dat naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad de wettelijke regeling van het aanbestedingsrecht niet van openbare orde is en dat slechts onder uitzonderlijke omstandigheden een uit een aanbestedingsprocedure voortgekomen overeenkomst, bij de voorbereiding waarvan de aanbestedende dienst het aanbestedingsrecht heeft geschonden, nietig of vernietigbaar is (HR 22 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999: ZC2826, en HR 4 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2806). Daarmee wordt niet zozeer de aanbestedende dienst beschermd, maar de wederpartij aan wie het werk of de levering is opgedragen."

Een voorbeeld van een ordemaatregel is staking of heraanbesteding.

Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2016:16, 12 januari 2016)   op rechtspraak.nl

Rechtsregel 2

Indien een vordering van een afgewezen inschrijver in eerste aanleg door de voorzieningenrechter wordt afgewezen en de aanbestedende dienst vervolgens de overeenkomst sluit dan bestaan er slechts een beperkt aantal gronden om deze in hoger beroep nog aan te tasten. Bij strijd met de aanbestedingsregels is dit mogelijk op de gronden vermeld in art. 4.15 lid 1 Aw 2012. Voor het overige alleen bij wilsgebreken (dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden) en bij nietigheid of vernietigbaarheid op grond van art. 3:40 BW. Een belangenafweging en/of een beroep op misbruik van bevoegdheid (door de overeenkomst te sluiten met klaarblijkelijke miskenning van fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht) kan niet leiden tot een ingrijpen in de gesloten overeenkomst. Het blijft in hoger wel altijd mogelijk schadevergoeding te vorderen.

Citaat Xafax/ Universiteit van Utrecht

r.o. 3.7.3

Uit deze toelichting volgt dat is beoogd dat de als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst wegens strijd met aanbestedingsregels slechts aantastbaar is op de gronden vermeld in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012, en dat deze in andere gevallen slechts aantastbaar is in het geval van wilsgebreken en in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge art. 3:40 BW (op een andere grond dus dan strijd met aanbestedingsregels). Dit strookt met het blijkens de toelichting nadrukkelijk met de regeling beoogde evenwicht tussen de verschillende bij een aanbesteding betrokken belangen en de bedoeling om, in verband daarmee, ten behoeve van de aanbestedende dienst en degene aan wie deze de opdracht gunt, te waarborgen dat geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden. Dit strookt ook met het hiervoor weergegeven stelsel.

Een ruimere mogelijkheid voor derden om de overeenkomst aan te tasten zou voorts op gespannen voet staan met de beperking van de periode waarbinnen volgens art. 4.15 lid 2 Aanbestedingswet 2012 vernietiging op grond van art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012 kan worden gevorderd. Die ruimere mogelijkheid zou immers ertoe leiden dat in geval van minder ernstige inbreuken op de aanbestedingsregels dan vermeld in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012, een langere termijn zou gelden om de overeenkomst aan te tasten. Dat ligt niet in de rede.

r.o. 3.9

het verdient opmerking dat, zoals uit het vorenstaande volgt, misbruik van bevoegdheid door de aanbestedende dienst als zodanig geen grond oplevert voor een bevel tot beëindiging van (de uitvoering van) de als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst. Het hiervoor weergegeven stelsel beschermt immers mede de belangen van de inschrijver waarmee de overeenkomst op grond van de gunningsbeslissing tot stand komt.

Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2638, 18 november 2016)  op rechtspraak.nl