Raamovereenkomst

Toon pagina in menu

Belangrijkste jurisprudentie over de raamovereenkomst.

Rechtsregel 1:

De geraamde totale maximumwaarde dient u voor de gehele looptijd van de raamovereenkomst zorgvuldig te ramen en bij aankondiging bekend te maken. De omvang van de raming bepaalt tot wanneer de raamovereenkomst uitgenut mag worden. Bij overschrijding van de geraamde waarde dient op de opdracht opnieuw te worden aanbesteed (met inachtneming van de aanbestedingswet- en regelgeving) .

Tip: de regels voor de waardebepaling over de raamovereenkomst dient u zorgvuldig toe te passen. Leg de raming vast in de aanbestedingsstukken.

Tip: Het is verstandig om  in de aanbestedingsstukken op te nemen dat  raamovereenkomst van rechtswege eindigt als de geraamde waarde wordt  overschreden. Dit opdat u niet meer afnameplichtig bent en met inachtneming van de aanbestedingsregels buiten de raamovereenkomst kunt inkopen

Citaat Antitrust/ Azienda Socio

r.o. 60

Ten eerste blijkt uit een aantal andere bepalingen van richtlijn 2004/18 dat de raamovereenkomst van bij het begin de maximale hoeveelheid leveringen of diensten moet vaststellen waarop de volgende opdrachten betrekking kunnen hebben. In het bijzonder bepaalt artikel 9, lid 9, van die richtlijn, waarin met name is uiteengezet hoe de geraamde waarde van raamovereenkomsten moet worden berekend, dat moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief btw, van alle voor de totale duur van die overeenkomst voorgenomen opdrachten. Ook punt 6, onder c) („Overheidsopdrachten voor diensten”), dat is opgenomen onder het opschrift „Aankondiging van overheidsopdrachten” van bijlage VII A bij richtlijn 2004/18, vereist dat de aankondiging van de overheidsopdracht die verband houdt met een dergelijke overeenkomst, voor de gehele looptijd van de raamovereenkomst de totale geraamde waarde van de diensten vermeldt alsook, voor zover mogelijk, de waarde en frequentie van de te plaatsen opdrachten. Zoals de Commissie in wezen betoogt, en zoals de advocaat-generaal in punt 78 van zijn conclusie heeft opgemerkt, is de aanbestedende dienst die van in het begin partij is bij de raamovereenkomst, bij de bepaling van de waarde en de frequentie van elk van de volgende te plaatsen opdrachten weliswaar slechts gehouden tot een middelenverplichting, maar moet hij absoluut de totale hoeveelheid prestaties preciseren die de volgende opdrachten kunnen omvatten.

Hof van Justitie EU (ECLI:EU:C:2018:1034, 19 december 2018)  op curia.europa.eu