Kennisvoorsprong

Toon pagina in menu

Belangrijkste jurisprudentie over het omgaan met kennisvoorsprong.

Rechtsregel 1:

Een aanbestedende dienst mag bedrijven/personen die een aanbestedende dienst hebben geadviseerd in een daarop volgende aanbestedingsprocedure niet categorisch uitsluiten.

De Aanbestedingswet 2012 bevat hierover nu een specifiek artikel: 2.51.

Rechtsregel 2:

Een persoon/bedrijf dat een aanbestedende dienst heeft geadviseerd moet - alvorens te kunnen worden uitgesloten - in de gelegenheid worden gesteld aan te tonen dat de door hem opgedane ervaring in de concrete situatie geen vervalsing van de mededinging oplevert.

De Aanbestedingswet 2012 bevat hierover nu een specifiek artikel: 2.51.

Rechtsregel 3:

Indien een bedrijf op grond van de uitvoering van een eerdere opdracht bepaalde kennis heeft dient de aanbestedende dienst deze informatie, bij aanbesteding van een nieuwe opdracht waarvoor die kennis voor de gegadigden relevant is, aan alle geïnteresseerden kenbaar te maken.

Rechtsregel 1:

Een aanbestedende dienst mag bedrijven/personen die een aanbestedende dienst hebben geadviseerd in een daarop volgende aanbestedingsprocedure niet categorisch uitsluiten.

Citaat Fabricom-arrest:

"Toepassing van deze regel kan namelijk tot gevolg hebben dat personen die bepaalde voorbereidende werkzaamheden hebben verricht, van de gunningprocedure worden uitgesloten zonder dat hun deelname hieraan enig gevaar voor de mededinging tussen de inschrijvers meebrengt" (ov. 35).

Hof van Justitie EU (C-21/03, 3 maart 2005)  op eur-lex.europa.eu

Rechtsregel 2:

Een persoon/bedrijf dat een aanbestedende dienst heeft geadviseerd moet – alvorens te kunnen worden uitgesloten - in de gelegenheid worden gesteld aan te tonen dat de door hem opgedane ervaring in de concrete situatie geen vervalsing van de mededinging oplevert.

Citaat Fabricom-arrest:

"In deze omstandigheden dient op de eerste vraag in de zaken C-21/03 en C-34/03 te worden geantwoord dat richtlijn 92/50, in het bijzonder artikel 3, lid 2, ervan, richtlijn 93/36, in het bijzonder artikel 5, lid 7, ervan, richtlijn 93/37, in het bijzonder artikel 6, lid 6, ervan, alsmede richtlijn 93/38, in het bijzonder artikel 4, lid 2, ervan, zich verzetten tegen een regel als die van artikel 26 van het koninklijk besluit van 25 maart 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1996, en artikel 32 van het koninklijk besluit van 25 maart 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, volgens welke een persoon die belast is geweest met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van werken, leveringen of diensten, geen aanvraag tot deelname of geen offerte mag indienen voor een overheidsopdracht voor die werken, leveringen of diensten, zonder dat hem de mogelijkheid wordt geboden om aan te tonen dat in de omstandigheden van het concrete geval de door hem opgedane ervaring de mededinging niet kan vervalsen."(ov. 36)

Hof van Justitie EU (C-21/03, 3 maart 2005)  op eur-lex.europa.eu

Rechtsregels 3:

Indien een bedrijf op grond van de uitvoering van een eerdere opdracht bepaalde kennis heeft dient de aanbestedende dienst deze informatie, bij aanbesteding van een nieuwe opdracht waarvoor die kennis voor de gegadigden relevant is, aan alle geïnteresseerden kenbaar te maken.

Citaat Hof Den Haag arrest:

"Wel volgt uit de juiste stelling van de Staat dat zij als aanbesteder is verplicht om bij de aanbesteding zodanige informatie omtrent de opdracht te verschaffen dat concurrentievervalsing zoveel mogelijk wordt tegengegaan, dat voor de aanbesteding relevante informatie die in het kader van de onderhandelingen met Sdu over de verlenging van de eerste opdracht is verstrekt, bij een aanbesteding ook aan andere belanghebbenden bekend dient te worden gemaakt." (r.o. 26)

Gerechtshof 's-Gravenhage (ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0036, 13 december 2007)  op rechtspraak.nl