Visie: Intellectueel eigendomsrecht en innovatiegerichte inkooptrajecten

Bij het organiseren van een innovatiegerichte inkooptraject is het van belang om vooraf na te gaan hoe om te gaan met de intellectuele eigendomsrechten van de betrokken partijen. In deze visie geeft de vakgroep eerst een overzicht van de meest voorkomende intellectuele eigendomsrechten (hierna: IE-rechten), gevolgd door de relevante innovatiegerichte inkoopprocedures en de keuzes die kunnen worden gemaakt. (juli 2019)

Intellectuele eigendomsrechten

IE-rechten hebben met elkaar gemeen dat het (absolute) rechten op onstoffelijke objecten zijn, ook wel voortbrengselen van de geest genoemd. In de literatuur wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen het auteursrecht en naburige rechten enerzijds en industriële rechten anderzijds. Het databankenrecht behoort eveneens tot de IE-rechten en wordt deels als auteursrecht en deels als andersoortig eigen recht beschermd.

Industriële rechten

Tot de industriële rechten behoren het octrooirecht (beschermen van een technische uitvinding, ook wel patentrecht genoemd), het merkenrecht (beschermen van een teken ter onderscheiding van waren en diensten in het economisch verkeer), het (sier)modellenrecht (beschermen van werken van toegepaste kunst en tekeningen en modellen van nijverheid) en het kwekersrecht (beschermen van nieuwe plantenrassen). Industriële rechten moeten worden gevestigd: er is een registratie of depot nodig.

Niet-exclusief  gebruiksrecht

De overheid als opdrachtgever heeft zelden behoefte aan het zelf vestigen of overgedragen krijgen van een industrieel recht. In de algemene voorwaarden van de overheid worden deze rechten dan ook niet standaard overgedragen, maar is het een optie in de van toepassing zijnde overeenkomsten die zo nodig kan worden toegevoegd. Als een opdrachtnemer wel aanspraak maakt op een industrieel recht moet een opdrachtgever hier niet door beperkt worden in zijn handelen met betrekking tot de resultaten van een opdracht. De opdrachtgever verzoekt daarom in de regel om een kosteloos niet-exclusief gebruiksrecht (ook wel licentie genoemd). Niet-exclusief wil zeggen dat de opdrachtnemer ook aan derden een licentie kan verlenen, en dat hoeft niet gratis. Zodoende kan de opdrachtgever te allen tijde gebruikmaken van de resultaten van de diensten die hij heeft aanbesteed en waarvoor hij al heeft betaald.

Auteursrecht en databankenrecht

In tegenstelling tot de hiervoor genoemde industriële rechten ontstaan auteursrechten of databankenrechten regelmatig bij het uitvoeren van opdragen werkzaamheden, of het in samenwerking tot stand gekomen resultaten van dienstverlening. 

Auteursrecht

Het auteursrecht wordt in de Auteurswet gedefinieerd als ‘het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van dienst rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’ Het recht ontstaat van rechtswege (er is dus geen registratie of depot nodig), zodra het werk voldoet aan in de rechtspraak ontwikkelde criteria:

  • het werk heeft een eigen, oorspronkelijk karakter, en
  • draagt het persoonlijke stempel van de maker.

Van belang is dat het auteursrecht ziet op subjectieve elementen in een dergelijk werk, zoals de keuze en het rangschikken van de onderwerpen, maar ook de opbouw van het verhaal en de keuze van de woorden. Het gaat dus niet om de objectieve elementen van het werk, zoals feiten, gegevens, redeneringen, ontdekkingen, methoden, schrijfstijlen enzovoort. Objectieve elementen mogen door iedereen vrij uit bijvoorbeeld een onderzoeksrapport worden overgenomen, tenzij er sprake is van een geheimhoudingsverplichting.

Overdracht auteursrecht

Een  auteur/opdrachtnemer kan zijn auteursrecht overdragen aan een opdrachtgever. Daarmee verkrijgt de opdrachtgever het exclusieve recht om resultaten van de verrichte diensten openbaar te maken en te verveelvoudigen.

Van het recht om bezwaar te maken tegen verminking of aantasting van een werk of tegen het wijzigen van de naam van de auteur kan echter nooit afstand worden gedaan door de auteur/opdrachtnemer. Dit persoonlijkheidsrecht behoudt de auteur dus altijd. Wel kan eventueel afstand worden gedaan van een deel van deze persoonlijkheidsrechten. De auteur/opdrachtnemer spreekt dan bijvoorbeeld met de opdrachtgever af dat hij zich niet zal verzetten tegen het weglaten van de naamsvermelding of tegen het aanbrengen van wijzigingen in het werk (zie artikel 13 Auteurswet), desnoods met behulp van een andere opdrachtnemer.

Voor de overheid kan het dan ook van groot belang zijn met het oog op het gebruik van de resultaten in de toekomst om voor overdracht van auteursrecht te kiezen.

Het auteursrecht, ook al wordt het overgedragen, duurt voort tot 70 jaar na het overlijden van de maker van het werk. Daarna kan er geen beroep meer op worden gedaan.

Databankenrecht

Onder een databank verstaat de wet ‘een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering’. Deze verzameling kan tevens auteursrechtelijk beschermd zijn.

Zelfstandig IE-recht

De databankenwet voorziet in een eigen zelfstandig IE-recht, indien er voor zover voldaan wordt aan alle elementen van de databankendefinitie. Het komt wettelijk toe aan ‘de producent’ van de databank, volgens de wet ‘ degene die het risico draagt van de voor de databank te maken investering’. De producent van een databank heeft het uitsluitende recht om toestemming te verlenen voor de volgende handelingen:

  • het opvragen of hergebruiken van het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank;
  • het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van in kwalitatief of in kwantitatief opzicht niet-substantiële delen van de inhoud van een databank, voor zover dit in strijd is met de normale exploitatie van die databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank.

Bevoegdheden opdrachtgever na overdracht

De producent kan zijn IE-recht overdragen aan een opdrachtgever. De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht geschiedt door een daartoe bestemde akte. Na overdracht beschikt de opdrachtgever over 2 belangrijke bevoegdheden:

  • het recht om toestemming te verlenen voor het overbrengen van een databank of een deel daarvan op een andere drager, ook wel ‘opvragen’ genoemd (zoals downloaden, printen, kopiëren, drukken), en
  • het recht om toestemming te verlenen om de inhoud van de databank door middel van het verspreiden van exemplaren (van de databank), verhuur of online transmissie of transmissie in een andere vorm aan het publiek ter beschikking te stellen, ook wel ‘hergebruiken’ genoemd. 

Het IE-recht ontstaat op het moment dat de databank voltooid is en vervalt door verloop van 15 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het tijdstip van voltooiing.

Innovatie en inkoop

Er zijn meerdere manieren om aan te geven dat inkoop verbonden kan worden met innovatie.  Bij innovatiegericht inkopen staat het resultaat voorop; er wordt een innovatie ingekocht. Bij innovatief inkopen gaat het om het innovatief inrichten van het inkoopproces. Vaak wordt voor innovatiegericht inkopen gebruik gemaakt van een innovatief inkoopproces.

In dit visiedocument proberen we duidelijk te maken dat wanneer  een innovatieve oplossing wordt ingekocht, het van belang is om ook met het intellectueel eigendomsrecht rekening te houden tijdens de inkoopprocedure .

Meer informatie:
Innovatiegericht inkopen toegelicht 
Stand van zaken startup en scale-up beleid (12 december 2018)  op rijksoverheid.nl
Beleidsevaluatie IE-beleid (kamerstuk 30635, nr. 5)  op officielebekendmakingen.nl

Behoud of overdracht van IE-rechten

Door een goede analyse van de behoefte van de opdrachtgever, ook op de langere termijn, een goede marktconsultatie en enig inzicht in het IE-recht, kan een opdrachtgever voorkomen dat hij voor veel geld iets laat ontwikkelen, maar er niet de benodigde vruchten van kan plukken, of dat een ondernemer niet inschrijft omdat hij de exploitatie van een door het uit te vinden oplossing  niet uit handen wil geven en bang is dat hij enkel door dure juridische procedures te doorlopen, de mogelijkheid kan krijgen om wat hij heeft uitgevonden, zelf  winstgevend op de markt te exploiteren.

Een professionele opdrachtgever houdt rekening met zijn eigen belangen en die van zijn organisatie, maar houdt ook oog voor de startups, de ondernemer die zijn nek uitsteekt of de ondernemer met visie en daadkracht. Hoewel veel overheidsopdrachtgevers niet snel met uitvindingen te maken denken te krijgen, is het in een tijd van het zoeken naar oplossingen voor problemen met betrekking tot het klimaat of de gezondheidszorg, goed mogelijk, dat wanneer een inkoopvraag functioneel gespecifieerd wordt, de markt met verrassende oplossingen kan komen.

Meer informatie: Inkoopproces - fase Voorbereiden - Specificeren

Wanneer er sprake is van het laten uitvinden van iets, of iets is al uitgevonden maar behoeft een aanpassing, dan krijgt een opdrachtgever te maken met het octrooirecht of patentrecht.

Patent of octrooi

Een octrooi of patent is een exclusief eigendomsrecht op een uitvinding of een technisch product of proces. In Nederland worden de begrippen door elkaar gebruikt en is er geen verschil in betekenis.

Wanneer krijg ik octrooi of patent op mijn uitvinding?  op rijksoverheid.nl
Licentie verlenen  op rvo.nl

Een  opdrachtgever heeft de keus tussen het zelf aanvragen van een octrooi wanneer door zijn initiatief een uitvinding tot stand komt, de octrooi-aanvraag door de opdrachtnemer/uitvinder  te laten doen, of eerst zelf een octrooi aan te vragen en die later al dan niet exclusief te licentiëren of te verkopen, bijvoorbeeld tegen het hoogste bod. Aangezien het aanvragen van een octrooi best wat voeten in de aarde heeft, en zelf doorontwikkelen of verkopen, binnen de overheid niet heel gebruikelijk is, is het aan de opdrachtnemer over laten of er een octrooi wordt aangevraagd, meer regel dan uitzondering.

(Zie verder de hierboven aangegeven bron voor de soorten licenties en voor- en nadelen van het verlenen van licenties.)

Wanneer een opdrachtgever met het in de markt zetten van zijn op innovatie gerichte vraag een ondernemer de mogelijkheid biedt om met het ontwikkelde materiaal, product of methode, na het afronden van de opdracht voor de opdrachtgever, de markt op te gaan, krijgt een innovatie de kans om breder ingezet te worden.

Het breder inzetten van een innovatieve oplossing moet op een zodanige manier gebeuren dat een opdrachtnemer niet het risico loopt, in de problemen te komen omdat er staatssteunrechtelijke aspecten aan het niet-overdragen van IE-rechten blijken te zitten. Niet-exclusieve licenties uitgeven of een octrooi verkopen tegen het hoogste bod zijn hiervoor mogelijke oplossingen.

En een opdrachtgever moet regelen, bijvoorbeeld door van de hierboven beschreven licentie-mogelijkheid gebruik te maken, dat hij niet op kosten gejaagd wordt om het voor hem ontwikkelde product te kunnen laten hergebruiken dan wel verder te ontwikkelen.

Merkenrecht/modellenrecht/kwekersrecht

Een merk is een teken waarmee een product of dienst onderscheiden wordt van die van concurrenten. Bijvoorbeeld de naam van het product of de dienst, maar ook het beeldmerk (logo), de vorm van de verpakking of een kenmerkende kleur.

Door een merk in te schrijven in het merkenregister wordt het aan anderen verboden het merk te gebruiken. Om een merkenrecht te krijgen, moet een merk staan ingeschreven in het merkenregister en dat gebeurt na een inhoudelijke toetsing. Het merk mag niet al bestaan of in gebruik zijn door een ander.

In het kader van dit visiedocument is het merkenrecht minder relevant. Datzelfde geldt voor het (sier)modellenrecht en het kwekersrecht, die hier verder niet besproken worden, maar waarover wel meer informatie te vinden is op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Octrooi anders beschermen  op rvo.nl

Inkoopprocedures en innovatie

Wanneer een opdrachtgever op zoek is naar innovatieve oplossingen komen de volgende inkoopprocedures in aanmerking om aan de vraag te voldoen:

  • procedure van de concurrentiegerichte dialoog (zie onder andere de artikelen 2.28 en 2.29 van de Aanbestedingswet 2012 en de handreiking De concurrentiegerichte dialoog),
  • mededingingsprocedure met onderhandeling (zie onder andere de artikelen 2.30 en 2.31 van de Aanbestedingswet 2012 en de Europese specifieke procedures in het dossier Inkoopproces),
  • procedure van het innovatiepartnerschap (zie onder andere de artikelen 2.31a en 2.31b van de Aanbestedingswet 2012 en de factsheet: Innovatiepartnerschap - samen innoveren met bedrijfsleven), of  
  • procedure van een prijsvraag (zie o.a. de artikelen 2.42 en 2.43 van de Aanbestedingswet 2012 en de procedure Prijsvraag in het dossier Inkoopproces).

Welke procedure het meest in aanmerking komt om een innovatieve oplossing in te kopen, is sterk afhankelijk van de markt waarop ingekocht gaat worden en de aard van het inkoopvraagstuk.

Meer informatie:
Handreiking: De concurrentiegerichte dialoog 
Inkoopproces - Fase Voorbreiden - Europese specifieke procedures 
Factsheet: Innovatiepartnerschap - samen innoveren met bedrijfsleven
Inkoopproces - Fase Voorbereiden - Prijsvraag